Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- mevrouw M. Assadian, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort. Hij heeft een fulltime baan met voldoende inkomen om de huur te betalen en is begonnen met schuldhulpverlening, waaronder het tekenen van een machtiging voor budgetbeheer. De huur voor september en oktober 2022 is voldaan, en verzoeker heeft toegezegd ook de huur voor november tijdig te betalen.
Verweerster stelde dat verzoeker niet ontvankelijk was omdat het minnelijk traject nog niet was gestart en dat de achterstand in huurbetaling was opgelopen tot zeven maanden. De rechtbank oordeelt echter dat verzoeker voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zijn situatie stabiel is en dat er sprake is van een bedreigende situatie vanwege het vonnis tot ontruiming en de geplande executie.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die zijn woonruimte wil behouden en schuldhulpverlening wil doorlopen, zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen voor zes maanden onder de voorwaarde dat de lopende huurtermijnen tijdig worden voldaan. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het minnelijk traject nog niet is afgerond.
Uitkomst: De rechtbank wijst de voorlopige voorziening toe die de ontruiming opschort voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige huurbetaling.