ECLI:NL:RBROT:2022:10225

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 november 2022
Publicatiedatum
24 november 2022
Zaaknummer
9901068 \ CV EXPL 22-16411
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:252 BWArt. 3:37 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Huurprijsverhoging niet geldig door ontbrekend bewijs ontvangst verhogingsbrieven

In deze zaak staat centraal of de verhuurder de huurprijs van een woning rechtsgeldig heeft verhoogd door middel van brieven verzonden in de jaren 2017 tot en met 2021. De huurder betwist de ontvangst van deze brieven, waardoor de voorgestelde huurverhogingen niet rechtsgeldig zijn geworden. De verhuurder heeft onvoldoende bewijs geleverd, zoals aangetekende verzending, om aan te tonen dat de huurder de brieven daadwerkelijk heeft ontvangen.

De kantonrechter stelt vast dat zonder ontvangst van een schriftelijk voorstel tot huurverhoging, conform artikel 7:252 lid 1 BW Pro en artikel 3:37 lid 3 BW Pro, de huurprijs niet kan worden verhoogd. Omdat de verhuurder dit niet heeft kunnen aantonen, is de huurprijs tot 1 juli 2022 ongewijzigd gebleven en bestaat er geen huurachterstand. Hierdoor is er ook geen grond voor ontbinding van de huurovereenkomst.

Verder is er onenigheid over de hoogte van de kale huurprijs vanaf 2019. De kantonrechter verklaart voor recht dat de kale huurprijs in de periode 2015-2021 en eind 2021 tot juli 2022 € 650,- per maand bedraagt, met uitzondering van de periode januari tot december 2021 waarin een kale huur van € 260,- geldt. Vanaf 1 juli 2022 is de kale huurprijs verhoogd naar € 664,95. De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurprijsverhogingen zijn niet rechtsgeldig door ontbrekend bewijs van ontvangst, waardoor de huurprijs tot 1 juli 2022 niet is verhoogd en de vorderingen van de verhuurder worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 9901068 \ CV EXPL 22-16411
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de kantonrechter op 7 november 2022
in de zaak van
[eiseres01],
vestigingsplaats: [vestigingsplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: [naam01] van [deurwaarderskantoor01] ,
tegen

1..[gedaagde01] ,

2. [gedaagde02] ,

woonplaats beiden: [woonplaats01] ,
gedaagden,
gemachtigde: mr. J.F. Cheung.
De partijen worden ‘ [eiseres01] ’ en ‘ [gedaagden01] ’ genoemd.
De zitting is op de rechtbank in Rotterdam.
De kantonrechter is mr. M. Fiege en de griffier is mr. E.P. Sieben.
Aanwezig zijn:
  • [naam02] , bestuurder van [eiseres01] , en de gemachtigde van [eiseres01] ;
  • [gedaagden01] met [naam03] (tolk Portugees met tolknummer [nummer01] ) en hun gemachtigde.

1..De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
1.1.
Vast staat dat tussen [gedaagden01] als huurder en [eiseres01] als verhuurder een huurovereenkomst bestaat voor de woning aan de [adres01] in [plaats01] . De huurovereenkomst is in 2019 gesloten en toen is een kale huurprijs van € 650,- per maand afgesproken met een bedrag van € 100,- aan bijkomende kosten. Tussen partijen is in geschil of deze kale huurprijs bij brieven van 25 april 2017, 20 april 2018, 28 april 2019, 1 mei 2020 en 1 mei 2021 (hierna: de brieven) is verhoogd.
De huur is tot 1 juli 2022 niet verhoogd
1.2.
Vooropgesteld wordt dat een huur niet automatisch met de wettelijk toegestane indexering wordt verhoogd. Op grond van artikel 7:252 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) moet een voorstel tot wijziging van de huurprijs ten minste twee maanden voor de voorgestelde dag van ingang van de wijziging schriftelijk worden gedaan. Verder moet vast komen te staan dat de huurder dit schriftelijke voorstel heeft ontvangen (artikel 3:37 lid 3 BW Pro). [gedaagden01] betwisten dat zij voor april 2022 brieven met betrekking tot de huurverhoging hebben ontvangen.
1.3.
[eiseres01] onderbouwt haar stelling dat dit wel het geval is onvoldoende. Zij legt geen stukken over waaruit dit blijkt, zoals bijvoorbeeld een bewijs van aangetekende verzending. [eiseres01] voert aan dat het voldoende aannemelijk is dat [gedaagden01] de brieven heeft ontvangen, maar dat is niet voldoende. De gemachtigde van [eiseres01] verklaart dat hij van [gedaagden01] heeft vernomen dat zij wisten dat [eiseres01] de huurverhogingen wilde hebben. Ook als dit zou kloppen, betekent dit nog niet dat [gedaagden01] hiervan op de hoogte waren door de brieven. Omdat [eiseres01] onvoldoende heeft gesteld, komt niet vast te staan dat [gedaagden01] de brieven heeft ontvangen. Dit betekent dat de huur tot 1 juli 2022 niet is verhoogd.
Geen huurachterstand
1.4.
Partijen zijn het erover eens dat als de huur tot 1 juli 2022 niet is verhoogd er geen huurachterstand is. Dit betekent dat er geen grond is om de huurovereenkomst te ontbinden. De vorderingen van [eiseres01] worden afgewezen.
Vaststelling hoogte kale huur vanaf 2019
1.5.
Omdat partijen het niet eens zijn over de hoogte van de kale huur vanaf 2019 zullen de door [gedaagden01] gevorderde verklaringen voor recht worden toegewezen, met dien verstande dat partijen het erover eens dat vanaf 1 juli 2022 de kale huur is verhoogd tot € 664,95. Partijen zijn het er verder over eens dat [gedaagden01] maandelijks bovenop de kale huur een bedrag van € 100,- moeten betalen.
Proceskosten
1.6.
[eiseres01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten in conventie aan de kant van [gedaagden01] tot vandaag vast op € 374,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 187,-). In reconventie worden deze kosten aan de kant van de [gedaagden01] tot vandaag vastgesteld op € 93,50 aan salaris voor de gemachtigde (½ x 1 punt x € 187,-). Dit is in totaal € 467,50. Voor kosten die [gedaagden01] maakt na deze uitspraak moet [eiseres01] ook een bedrag betalen van € 93,50 ( ½ punt x € 187,-). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853). De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
Uitvoerbaarheid bij voorraad
1.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

2..De beslissing

De kantonrechter:
In conventie
2.1.
wijst de vorderingen af;
In reconventie
2.2.
verklaart voor recht dat de kale huurprijs in de periode van 1 januari 2015 tot 1 januari 2021 en van 1 december 2021 tot 1 juli 2022 € 650,- per maand bedraagt;
2.3.
verklaart voor recht dat de kale huurprijs in de periode van 1 januari 2021 tot 1 december 2021 € 260,- per maand bedraagt;
2.4.
verklaart voor recht dat de kale huurprijs in de periode van 1 juli 2022 tot 1 juli 2023 € 664,95 bedraagt;
In conventie en in reconventie
2.5.
veroordeelt [eiseres01] in de proceskosten, aan de kant van [gedaagden01] tot vandaag vastgesteld op € 467,50 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag van volledige betaling;
2.6.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
2.7.
wijst al het andere af.
Dit proces-verbaal is opgemaakt op 17 november 2022 en ondertekend door de kantonrechter.