In deze zaak vordert eiseres betaling van een achterstand in premiebetalingen uit hoofde van een zorgverzekeringsovereenkomst. Gedaagde heeft een deel van de vordering voldaan, maar de hoofdsom en bijkomende kosten zijn onbetaald gebleven.
De rechtbank constateert dat gedaagde de betalingsachterstand niet betwist en dat de eerder overeengekomen betalingsregeling is komen te vervallen. Eiseres is niet verplicht een nieuwe regeling te treffen en de rechter kan deze ook niet opleggen.
De buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente worden toegewezen omdat aan de voorwaarden voor vergoeding is voldaan en gedaagde deze stellingen niet heeft weersproken. De reeds gedane betalingen worden volgens de wettelijke volgorde in mindering gebracht.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 1.189,45 plus rente en proceskosten van € 699,74. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kantonrechter wijst erop dat gedaagde alsnog contact kan zoeken voor een betalingsregeling, ondanks het vonnis.