ECLI:NL:RBROT:2022:10363
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing leenbijstand zelfstandigen wegens ontbreken zelfstandige status en juiste adresgebruik
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor leenbijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz), welke door verweerder is afgewezen. Eiser betwistte deze afwijzing en stelde onder meer dat hij als zelfstandige moet worden aangemerkt en dat de stukken niet correct zijn verzonden.
Tijdens de zitting maakte eiser zonder toestemming geluidsopnames, waarna de rechtbank de mondelinge behandeling staakte en besloot het beroep op basis van schriftelijke stukken te behandelen. De rechtbank oordeelde dat verweerder de stukken terecht naar het adres uit de basisregistratie personen (brp) heeft gestuurd, aangezien eiser volgens een eerdere uitspraak over een woonadres beschikt en geen briefadres meer kan gebruiken.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij als zelfstandige in de zin van het Bbz kan worden aangemerkt, omdat hij niet voldoet aan het urencriterium en niet afhankelijk is van arbeid in eigen bedrijf. Daarnaast ontving eiser een Wajong-uitkering en geen werkloosheidsuitkering, waardoor hij geen recht heeft op bijstand op grond van het Bbz. Ook de bezwaartermijnen en dwangsommen werden besproken, waarbij slechts een dag overschrijding werd vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag leenbijstand wordt ongegrond verklaard.