Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2022:10621

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
22 november 2022
Publicatiedatum
6 december 2022
Zaaknummer
FT RK 22/482
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 lid 1 Verordening (EU) 2015/848Art. 6 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillietverklaring taxi-bv wegens opeisbare loonvorderingen en betalingsonmacht

De rechtbank Rotterdam behandelde op 22 november 2022 het verzoek tot faillietverklaring van [X] TAXI B.V. vanwege een opeisbare loonvordering van een werknemer en meerdere andere loonvorderingen. Verzoekster vorderde betaling van achterstallig salaris en eindafrekening, erkend door verweerster, maar er was geen betalingsregeling tot stand gekomen.

Verweerster betwistte het vorderingsrecht niet, maar verwees naar financiële problemen door externe omstandigheden zoals de coronapandemie en inflatie. Zij stelde een betalingsregeling voor en had deels betalingen verricht. De rechtbank oordeelde dat ondanks deze deelbetalingen onvoldoende bewijs was dat verweerster over voldoende middelen beschikte om haar schulden te voldoen.

Gelet op het bestaan van meerdere opeisbare loonvorderingen en het feit dat verweerster is opgehouden te betalen, wees de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring toe. Mr. M. Aukema werd benoemd tot rechter-commissaris en mr. M.K. de Bruijn tot curator. De curator kreeg de bevoegdheid tot het openen van post aan de gefailleerde.

Uitkomst: De rechtbank verklaart [X] TAXI B.V. failliet wegens opeisbare loonvorderingen en betalingsonmacht.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Insolventienummer: [nummer]
Uitspraak: 22 november 2022
VONNIS op het op 31 oktober 2022 ingekomen verzoekschrift, met bijlage(n), van:
[naam 1],
[adres]
[woonplaats] ,
verzoekster,
advocaat mr. R.C.M. Klatten,
strekkende tot faillietverklaring van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[X] TAXI B.V.,
Olympiaweg 28 A,
3077 AL Rotterdam,
statutair gevestigd te Rotterdam,
verweerster.

1.De procedure

De behandeling ter zitting van het ingekomen verzoekschrift is door de rechtbank bepaald op 22 november 2022.
Ter zitting van 22 november 2022 zijn in raadkamer verschenen en gehoord:
  • [naam 1] , verzoekster;
  • [naam 2] , partner van verzoekster;
  • mr. R.C.M. Klatten, advocaat van verzoekster;
  • [naam 3] , bestuurder van verweerster;
  • [naam 4] , belanghebbende, werknemer van verweerster;
  • [naam 5] , belanghebbende, werknemer van verweerster.
De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden.

2.Standpunten van partijen

2.1
Standpunt verzoekster
Verzoekster stelt dat zij een opeisbare loonvordering op verweerster heeft van € 5.542,13 bruto, exclusief rente, uit hoofde van salarisbetalingen over juli en augustus 2022 en de eindafrekening vanwege het einde van haar dienstverband op 10 augustus 2022. Door verweerster is de vordering erkend, hetgeen ook blijkt uit enkele deelbetalingen van verweerster. Tevens loopt er een gerechtelijke procedure ten aanzien van het vaststellen en opeisbaar stellen van de transitievergoeding en aanzegvergoeding. Verzoekster stemt niet in met het verzoek van verweerster om alsnog een betalingsregeling te treffen; zij stelt geen vertrouwen meer te hebben in de toezeggingen van verweerster. Daarnaast zijn er meerdere schulden. Zo zijn er opeisbare loonvorderingen van andere werknemers, van wie de heren [naam 4] en [naam 5] ter zitting zijn verschenen. Verweerster is opgehouden te betalen en verzoekster persisteert derhalve in haar verzoek tot faillietverklaring.
2.2
Standpunt verweerster
Verweerster betwist het vorderingsrecht van verzoekster en het bestaan van de steunvorderingen niet. Verweerster stelt dat de financiële problemen het gevolg zijn van diverse omstandigheden, die niet aan hem te wijten zijn, zoals de coronapandemie en de inflatie. Zij wil de problemen graag oplossen en heeft verzoekster voorgesteld een betalingsregeling te treffen. Verweerster voert aan dat hij bovendien deelbetalingen aan verzoekster heeft verricht. Met de overige werknemers is zij bezig om afspraken te maken over het vaststellen van de hoogte van hun loonvorderingen (waarbij schadeposten in mindering moeten worden gebracht) en de uitbetaling ervan. Zo heeft zij met werkneemster [naam 6] een betalingsregeling getroffen. Daarom verzoekt zij het verzoek tot faillietverklaring af te wijzen.

3.De beoordeling

De rechtbank is, gelet op het bepaalde in artikel 3 lid 1 Verordening Pro (EU) 2015/848 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, bevoegd deze insolventieprocedure als hoofdprocedure te openen nu het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland ligt.
Ingevolge artikel 6 van Pro de Faillissementswet wordt de faillietverklaring uitgesproken, indien summierlijk blijkt van het bestaan van feiten en omstandigheden die aantonen dat de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen en, als een schuldeiser het verzoek doet, ook van het vorderingsrecht van deze. Van de hiervoor bedoelde feiten en omstandigheden blijkt in het algemeen, indien sprake is van pluraliteit van schuldeisers, terwijl ten minste één vordering opeisbaar is.
Onbetwist is dat verzoekster een opeisbare loonvordering op verweerster heeft. Voorts is daarnaast sprake van meerdere loonvorderingen van andere werknemers van verweerster, welke door verweerster – behoudens de hoogte ervan vanwege mogelijke schadevaststellingen – niet betwist worden.
Wat de toestand van te hebben opgehouden te betalen betreft wordt het volgende overwogen. Desgevraagd heeft verweerster erkend dat hij meerdere schulden bij werknemers heeft. Met verzoekster is geen betalingsregeling tot stand gekomen. Dat verweerster enkele deelbetalingen aan verzoekster heeft verricht, is gelet op het voorgaande niet voldoende. Niet is gebleken dat verweerster thans over voldoende actief beschikt om haar schulden te betalen.
De rechtbank oordeelt dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van verzoekster en van het bestaan van feiten of omstandigheden die aantonen dat verweerster in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Een en ander leidt er toe dat de rechtbank het verzoek tot faillietverklaring zal toewijzen.

3.De beslissing

De rechtbank,
- verklaart [X] TAXI B.V. voornoemd in staat van faillissement;
- benoemt tot rechter-commissaris mr. M. Aukema, lid van deze rechtbank;
- stelt aan tot curator mr. M.K. de Bruijn, advocaat te Rotterdam;
- geeft last aan de curator tot het openen van brieven en telegrammen aan de gefailleerde gericht.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Aukema, rechter, en in aanwezigheid van mr. T. Mulder, griffier, in het openbaar uitgesproken op 22 november 2022 te 11.00 uur. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.