Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 23 juni 2022, met bijlagen;
- de schriftelijke reactie met eis in reconventie van [persoon02] , met bijlagen;
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald.
2.De feiten
€ 1.208,00 voor zeven nachten heeft hij een borgsom betaald van € 350,00. In de huurvoorwaarden van [naam03] is onder meer het volgende bepaald:
3.Het geschil
- [persoon02] te veroordelen aan haar te betalen € 403,73 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2020 en € 60,56 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- [persoon02] te veroordelen in de proceskosten en de nakosten;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4.De beoordeling
ten onrechteaan eigen risico op de verzekeringsuitkering is ingehouden, heeft hij onvoldoende onderbouwd waarom het eigen risico – dat de rechtsverhouding tussen [persoon02] en de verzekeraar betreft – voor rekening van [persoon01] zou moeten komen. Bovendien heeft hij in zijn e-mail van 3 juni 2020 de uitkering ten bedrage van
€ 500,51 een “terecht besluit van de verzekeraar” genoemd.