ECLI:NL:RBROT:2022:10824
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek immateriële schadevergoeding wegens te hoge inhouding bijstandsuitkering
Verzoekers ontvingen een bijstandsuitkering waarop beslag was gelegd door een gerechtsdeurwaarder. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam hield maandelijks een bedrag in, inclusief deurwaarderskosten. Na bezwaar en correspondentie werd erkend dat de maandelijkse inhouding onrechtmatig was en werd een materiële schadevergoeding toegekend.
Verzoekers vorderden daarnaast een immateriële schadevergoeding wegens het leven onder de 95%-norm en de psychische impact hiervan. De rechtbank toetste dit aan vaste rechtspraak omtrent aantasting in persoon 'op andere wijze', waarbij psychisch letsel objectief moet worden vastgesteld of de ernst van de normschending zodanig moet zijn dat een immateriële schadevergoeding zonder meer volgt.
Hoewel de rechtbank begrip toonde voor de situatie en erkende dat verzoekers slapeloze nachten hadden, concludeerde zij dat er onvoldoende concrete gegevens waren om psychisch letsel vast te stellen. Ook was de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan niet voldoende om een immateriële schadevergoeding toe te kennen. Het verzoek werd daarom afgewezen, inclusief het terugvorderen van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van psychisch letsel.