De huurder [gedaagde01] huurt sinds augustus 2018 een woning van [eiser01]. [eiser01] vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens een huurachterstand van € 1.605,- tot augustus 2022. [gedaagde01] betwist de hoogte van de achterstand en wijst op financiële problemen door corona, maar erkent een lagere schuld.
De rechter stelt vast dat de huurachterstand tot oktober 2022 € 1.610,- bedraagt, onbetwist door de huurder. De kantonrechter oordeelt dat deze achterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, maar verleent een termijn van één maand (terme de grâce) om alsnog te betalen. Bij niet-nakoming wordt de overeenkomst ontbonden en volgt ontruiming.
Daarnaast worden de buitengerechtelijke incassokosten en rente toegewezen. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, incassokosten, rente en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.