In deze zaak vordert Stichting Vestia betaling van een huurachterstand en buitengerechtelijke kosten van de huurder. De huurder betwist de verschuldigdheid van de kosten en voert aan dat de huur altijd via automatische incasso is betaald.
De kantonrechter heeft de huurder toegelaten bewijs te leveren dat de huurbetalingen via automatische incasso plaatsvonden. De huurder heeft bankafschriften overgelegd van de periode 18 september 2019 tot en met 30 november 2020. Uit deze stukken blijkt echter dat de huurbetalingen handmatig via internetbankieren zijn gedaan en niet via automatische incasso.
Hierdoor slaagt de huurder niet in zijn bewijslevering. De kantonrechter oordeelt dat de huurder de huurachterstand van € 576,07 moet betalen, evenals de buitengerechtelijke kosten van € 102,91 en de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding. Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van in totaal € 885,74. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.