Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift ex artikel 7:671b BW, met een bijlage, ontvangen op 24 november 2022;
- het verweerschrift, ontvangen op 24 november 2022.
Rechtbank Rotterdam
De werknemer is sinds 1 januari 2019 in dienst bij Palfinger Marine Europe B.V. (PME) als Director Product Line Boats met een bruto maandsalaris van €14.333,33 exclusief vakantietoeslag. PME verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 januari 2023 vanwege een onoverbrugbaar verschil van mening over de taakuitvoering, wat heeft geleid tot een verstoorde arbeidsverhouding. PME heeft een beëindigingsvergoeding van €156.304,04 bruto toegezegd.
De werknemer erkent de verstoorde arbeidsverhouding en de pogingen tot herplaatsing, maar stelt dat het aan de kantonrechter is om te beoordelen of ontbinding gerechtvaardigd is. Hij acht de toegezegde vergoeding redelijk.
De kantonrechter oordeelt dat de verstoring zodanig is dat van PME niet in redelijkheid kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Herplaatsing is niet mogelijk en er is geen sprake van een opzegverbod. De arbeidsovereenkomst wordt daarom ontbonden per 1 januari 2023, met inachtneming van de opzegtermijn. De beëindigingsvergoeding wordt toegekend en PME wordt veroordeeld tot betaling van het netto-equivalent uiterlijk 31 januari 2023. Partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 januari 2023 met toekenning van een beëindigingsvergoeding van €156.304,04 bruto.