Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
2.De vordering en de beoordeling in het incident
3.Ambtshalve beoordeling in de hoofdzaak
4.De beslissing
25 januari 2023voor conclusie van antwoord.
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele procedure vordert I-Sol-Z de opheffing van het conservatoir beslag dat is gelegd naar aanleiding van een verstekvonnis waarbij zij is veroordeeld tot betaling van een geldsom aan [naam01]. De rechtbank oordeelt dat de juiste maatstaf voor opheffing van beslag in een executiegeschil geldt, zoals geformuleerd door de Hoge Raad in 2019.
I-Sol-Z heeft niet gesteld dat het vonnis berust op een kennelijke misslag noch dat haar belang bij schorsing van de executie zwaarder weegt dan het belang van [naam01] bij tenuitvoerlegging. Bovendien blijkt uit de stukken dat het beslag slechts een deel van het bedrag betreft en dat de rekening inmiddels is vrijgegeven, waardoor het belang van I-Sol-Z bij opheffing ontbreekt.
De rechtbank wijst de incidentele vordering af en veroordeelt I-Sol-Z in de proceskosten van het incident. In de hoofdzaak is nog geen conclusie van antwoord ingediend door [naam01], waardoor de zaak wordt verwezen voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering tot opheffing van het beslag af en veroordeelt I-Sol-Z in de proceskosten.