ECLI:NL:RBROT:2022:11019
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiser heeft een aanvraag voor een WIA-uitkering ingediend, die door het UWV is afgewezen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar handhaafde het UWV dit besluit op basis van medische en arbeidsdeskundige rapporten. De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeeld of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid op juiste gronden heeft vastgesteld.
De verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen hebben zorgvuldig onderzoek verricht, waarbij de functionele beperkingen van eiser zijn vastgesteld en vertaald in een functionele mogelijkhedenlijst (FML). Volgens deze rapporten kan eiser met gangbare arbeid ten minste 65% van zijn maatmaninkomen verdienen, wat betekent dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Eiser betoogde dat zijn psychische en lichamelijke klachten ernstiger zijn dan door het UWV aangenomen en dat de geselecteerde functies niet geschikt zijn. De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen en dat de medische rapporten begrijpelijk, consistent en zorgvuldig zijn opgesteld. Latere verslechteringen in de gezondheidssituatie zijn niet relevant voor deze beoordeling.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering. Eiser krijgt geen vergoeding van proceskosten en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd.