Eiser werd geconfronteerd met een aanslag afvalstoffenheffing van €29,07, gevolgd door aanmaningskosten van €7,- en dwangbevelkosten van €44,-. Eiser stelde dat hij de aanslag en aanmaning nooit had ontvangen en dat het dwangbevel daarom onrechtmatig was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende bewijs leverde van verzending van de aanslag en aanmaning. Hoewel eiser meerdere betalingsregelingen had aangevraagd, wat duidt op kennis van de aanslag, was er geen bewijs dat de aanmaning hem had bereikt. Het ontbreken van een verzendadministratie en het ontbreken van een geldig bewijs van ontvangst van de aanmaning leidde tot de conclusie dat het dwangbevel niet rechtsgeldig was uitgevaardigd.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en de dwangbevelkosten. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser.