Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 28 november 2022, met producties 1 tot en met 9,
- de producties 1 tot en met 4 van [gedaagde01] ,
- de mondelinge behandeling, gehouden op 30 november 2022,
- de pleitaantekeningen van mr. Van Hulst.
2..De feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
op korte termijn” zal overgaan tot sloop van het pand. Villex heeft die stelling op geen enkele wijze geconcretiseerd, ook niet in reactie op het verweer van [gedaagde01] dat uit navraag bij de gemeente is gebleken dat daar niets bekend is omtrent eventuele sloopplannen. Tijdens de zitting heeft Villex vervolgens verklaard dat de sloopplannen van tafel zijn en dat de eigenaar nu in gesprek is met de gemeente en het COA over de huisvesting in het pand van statushouders. Ook die stelling is niet onderbouwd of geconcretiseerd. Nu de mate van concreetheid van dergelijke plannen, ook wat betreft het beoogde tijdpad, van belang is in het kader van de toe te passen belangenafweging, had enige vorm van concretisering wel van Villex verwacht mogen worden. Bij de huidige stand van zaken kan gelet op het voorgaande dus niet worden aangenomen dat DGKU het pand op korte termijn nodig heeft voor de verwezenlijking van haar plannen.