Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het proces-verbaal van de in voormelde procedure gehouden zitting van 18 oktober 2022;
- het schriftelijke wrakingsverzoek van verzoekers van 28 oktober 2022;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 16 november 2022.
- [naam] en [naam] namens verzoekster sub 1;
- [naam] namens verzoekster sub 3;
- mr. N.A. Aalbers, advocaat van verzoekers, vergezeld van [naam] ;
- de rechter;
- mr. G.W. Lie, de advocaat van [naam verweerster] en
- [naam bestuurder] , bestuurder van [naam belanghebbende] (hierna: [naam bestuurder] ).
2.Het wrakingsverzoek
3.De ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek
4.De beoordeling
- de opmerkingen van de rechter bij aanvang van de zitting, in de trant van ‘advocaten zijn tuig’, en ‘ [naam bestuurder] vindt dit niet erg, want wij kennen elkaar van eerdere zittingen’, of woorden van gelijke strekking, waarbij op dat moment het gevoelen kon ontstaan dat tussen de rechter en [naam bestuurder] een band bestond die verder ging dan een strikt zakelijke verhouding tussen rechter en advocaat;
- een na hervatting van de zitting lopend gemoedelijk gesprek tussen de rechter, [naam bestuurder] en mr. Lie op het moment dat verzoekers de zaal binnenkwamen, waarvan de inhoud verzoekers niet is meegedeeld, waardoor begrijpelijk is dat het hierboven vermelde gevoelen werd versterkt;
- de omstandigheid dat de rechter ter zitting meermalen heeft uitgesproken, althans kenbaar heeft gemaakt dat hij het eens was met mededelingen van [naam bestuurder] , terwijl niet is gesteld of gebleken dat de rechter een dergelijke uitlating ook heeft gedaan ten aanzien van verzoekers, met daarbij in het bijzonder de omstandigheid dat de rechter vóór de onderbreking van de zitting een richting had aangegeven voor schikkingsonderhandelingen, die hij na die onderbreking verliet, toen [naam bestuurder] in een andere hoedanigheid dan waarvoor hij was uitgenodigd liet weten die richting niet te zien zitten, waardoor een gevoel van partijdigheid van de rechter nog verder werd versterkt;
- de hiervoor omschreven, door verzoekers van de kant van de rechter jegens hen ervaren druk tijdens de schikkingsonderhandelingen;
- de irritatie die ter zitting vanuit de rechter richting de advocaat van verzoekers is ontstaan en door de rechter ook is uitgesproken, en
- de mededelingen van de rechter aan het einde van de mondelinge behandeling ten aanzien van de door hem te wijzen beschikking en wat er daarna nog zou moeten of gaan volgen.