ECLI:NL:RBROT:2022:11104

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 december 2022
Publicatiedatum
20 december 2022
Zaaknummer
8968776 CV EXPL 21-1566
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 lid 2 RvArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens onvoldoende bewijs van verkeersongeval met Ford-auto

Eiseres vordert een verklaring voor recht dat Nationale Nederlanden aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden door een aanrijding op 20 januari 2020 tussen haar Volkswagen en een Ford. Zij stelt een bedrag van € 10.676,23 te vorderen.

De rechtbank heeft eiseres toegelaten tot het leveren van bewijs dat het ongeval authentiek heeft plaatsgevonden, waarbij zij de bewijslast draagt. Eiseres heeft slechts zichzelf als getuige gehoord tijdens het verhoor op 18 mei 2022.

De rechtbank oordeelt dat eiseres niet is geslaagd in haar bewijsopdracht. Haar verklaring bevatte geen concrete aanwijzingen dat de Ford haar heeft aangereden, noch over de locatie of wijze van het ongeval. Het door eiseres overgelegde aanrijdingsformulier werd door Nationale Nederlanden met onderbouwde stellingen ontzenuwd.

Daarom worden haar vorderingen afgewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van Nationale Nederlanden, vastgesteld op € 1.119,- plus wettelijke rente, en de kostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Vordering van eiseres wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van authentiek verkeersongeval.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 8968776 CV EXPL 21-1566
datum uitspraak: 16 december 2022
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak vang
[eiseres01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
eiseres,
gemachtigde: mr. O. Arslan,
tegen
Nationale Nederlanden Schadeverzekering N.V.,
t.h.o.d.n. [handelsnaam01] en [handelsnaam02] ,
vestigingsplaats: Amstelveen,
gedaagde,
gemachtigde: mr. H. van Katwijk.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres01] ’ en ‘Nationale Nederlanden’ genoemd.

1..De procedure

Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • het tussenvonnis van 13 augustus 2021 en de daarin genoemde stukken;
  • de akte uitlating getuigenverhoor van [eiseres01] ;
  • het proces-verbaal van het getuigenverhoor van 18 mei 2022;
  • de rolbeslissing van 26 augustus 2022;
  • de conclusie na enquête van [eiseres01] ;
  • de conclusie na enquête van Nationale Nederlanden.

2..De verdere beoordeling

2.1.
In deze procedure draait alles om een aanrijding die op 20 januari 2020 zou hebben plaatsgevonden tussen de auto van [eiseres01] (de Volkswagen) en een Ford, die op dat moment was verzekerd bij Nationale Nederlanden. [eiseres01] vordert een verklaring voor recht dat Nationale Nederlanden aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden door dit ongeval en een veroordeling van Nationale Nederlanden om € 10.676,23 aan haar te betalen.
2.2.
In het tussenvonnis van 13 augustus 2021 is [eiseres01] toegelaten tot het leveren van bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat op 20 januari 2020 tussen [eiseres01] en de Ford een authentiek verkeersongeval heeft plaatsgevonden, zoals aangegeven op het aanrijdingsformulier dat zij als productie 1 bij de dagvaarding heeft overgelegd.
2.3.
Ter voldoening aan deze bewijsopdracht heeft [eiseres01] slechts zichzelf als getuige laten horen. Het getuigenverhoor heeft plaatsgevonden op 18 mei 2022.
Beoordeling bewijs
2.4.
De kantonrechter acht [eiseres01]
nietgeslaagd in het aan haar opgedragen bewijs. Daarom worden haar vorderingen afgewezen. Hoe de kantonrechter tot dit oordeel is gekomen, wordt hieronder toegelicht.
2.5.
Het uitgangspunt is dat op [eiseres01] de volledige bewijslast rust van haar stelling dat op 20 januari 2020 een authentiek ongeval heeft plaatsgevonden tussen haar en de Ford. Het door [eiseres01] overgelegde aanrijdingsformulier levert in beginsel dwingend bewijs op (artikel 157 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv)), maar Nationale Nederlanden heeft dit bewijs met haar onderbouwde stellingen voldoende ontzenuwd.
2.6.
Op grond van de bewijsopdracht had [eiseres01] in ieder geval het volgende bewijs moeten leveren:
  • dat zij is aangereden door de Ford; en
  • dat dit is gebeurd ter hoogte van de oprit 8 – Vlaardingen West in de richting van Rotterdam van de A20; en
  • dat de Ford haar heeft aangereden op de manier zoals op het formulier getekend.
2.7.
[eiseres01] verklaart niets (nieuws) over de aanrijding. Uit haar verklaring blijkt niet dat het de Ford is geweest die haar heeft aangereden. Zij weet alleen nog dat het om een donkere auto ging. Over de locatie van de aanrijding heeft zij niets verklaard. Uit haar verklaring blijkt daarom niet dat er sprake is geweest van een authentiek ongeval. Voor het overige heeft zij niets aangedragen om aan de bewijsopdracht te voldoen.
proceskosten
2.8.
[eiseres01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Nationale Nederlanden tot vandaag vast op € 1.119,- aan salaris voor de gemachtigde (3 punten × € 373,- tarief). Voor kosten die Nationale Nederlanden maakt na deze uitspraak moet [eiseres01] een bedrag betalen van € 124,-. Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853). De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen.
uitvoerbaarheid bij voorraad
2.9.
De proceskostenveroordeling wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

3..De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vorderingen van [eiseres01] af;
3.2.
veroordeelt [eiseres01] in de proceskosten, aan de kant van Nationale Nederlanden tot vandaag vastgesteld op € 1.119,-, met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag van volledige betaling;
3.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken.
51909