Golden Tulip Alkmaar B.V. heeft een vordering ingesteld tegen [gedaagde01] wegens niet-betaalde factuur voor hotelovernachtingen, zaalhuur en consumpties in februari 2020. De factuur bedroeg €2.077,84, vermeerderd met handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten, totaal €2.777,54.
[gedaagde01] betwist aansprakelijkheid en stelt dat hij slechts namens [bedrijf01] handelde, die de kosten zou dragen. De rechtbank onderzoekt of [gedaagde01] als contractspartij of als vertegenwoordiger van [bedrijf01] optrad. Uit de opdrachtbevestiging, het ingevulde debiteurenformulier en WhatsApp-berichten blijkt dat [gedaagde01] niet namens [bedrijf01] handelde.
De rechtbank oordeelt dat Golden Tulip terecht mocht aannemen dat [gedaagde01] de overeenkomst zelf was aangegaan en veroordeelt hem tot betaling van het volledige bedrag, inclusief rente en incassokosten. Tevens worden de proceskosten aan [gedaagde01] opgelegd en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.