Eiseres had een arbeidsovereenkomst met gedaagde01 die liep tot 1 maart 2022. Na deze datum heeft zij nog werkzaamheden verricht, waardoor volgens de wet een nieuwe arbeidsovereenkomst voor dezelfde duur en voorwaarden is ontstaan.
Gedaagde01 stuurde op 9 maart 2022 een e-mail die als opzeggingshandeling werd beschouwd, hoewel deze in strijd was met het ontslagrecht en zonder inachtneming van de opzegtermijn. Eiseres had de mogelijkheid om binnen twee maanden de opzegging te vernietigen, maar heeft dit nagelaten, waardoor de opzegging onaantastbaar is geworden.
De kantonrechter oordeelt dat gedaagde01 het loon van eiseres moet doorbetalen over de periode van 1 tot 9 maart 2022, inclusief de wettelijke verhoging en rente. De vordering voor vakantiegeld en bijkomende vergoedingen wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Gedaagde02 en gedaagde03 zijn als maten hoofdelijk aansprakelijk voor de helft van de betalingsverplichting. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.