De verdachte rechtspersoon heeft in de periode van 4 tot en met 23 december 2020 vijf containers met gebruikte kraftzakken, bestaande uit papieren buitenzakken met kunststof binnenzakken en deels met residuen, overgebracht van Nederland naar India zonder voorafgaande kennisgeving en toestemming van de bevoegde autoriteiten, in strijd met de Europese Verordening Overbrenging Afvalstoffen (EVOA).
De rechtbank oordeelde dat de kraftzakken niet kwalificeerden als gelamineerd karton onder code B3020 van het Verdrag van Bazel, zoals verdedigd, maar onder code BEU04 van de EVOA vielen, waarvoor wel kennisgeving en toestemming vereist zijn. De verdachte rechtspersoon was zich onvoldoende bewust van deze verplichting, ondanks eerdere overbrengingen vanuit Spanje en Portugal.
Het handelen werd als opzettelijk gekwalificeerd, waarbij het opzet gericht was op de overbrenging zelf. De rechtbank vond de overtreding ernstig vanwege de omvang van de partij (123 ton) en de schending van milieuregels die internationale risico’s moeten beperken. Gezien het ontbreken van eerdere veroordelingen en het professionele karakter van de onderneming, legde de rechtbank een geldboete van €20.000 op, lager dan de standaardboete per container, maar passend en geboden.