De zaak betreft een huurgeschil tussen Manhave City House B.V. en de huurders [gedaagde01] en [gedaagde02]. Sinds 2009 huurde [gedaagde01] een woning, aanvankelijk samen met haar man, die in 2012 overleed. Vanaf 2020 ontstond een huurachterstand die opliep tot ruim 17 maanden. Partijen sloten een allonge waarin [gedaagde02] met terugwerkende kracht als medehuurder werd aangemerkt en aansprakelijk werd gesteld voor de huurachterstand.
De vaststellingsovereenkomst waarin een boete van €500 per dag werd afgesproken wegens niet-ontruiming, werd door de kantonrechter vernietigd wegens misbruik van omstandigheden, omdat Manhave wist van de financiële problemen en ziekte van [gedaagde02]. De woning werd in september 2022 ontruimd, waarmee het gebruik van de woning eindigde.
De rechtbank veroordeelde [gedaagde01] en [gedaagde02] hoofdelijk tot betaling van een huurachterstand van €31.268,55 met wettelijke rente vanaf dagvaarding. De boete en buitengerechtelijke kosten werden afgewezen. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van Manhave toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.