Eiseres trad op 15 februari 2019 in dienst bij AaN de Maas op basis van een jaarcontract en werkte als vestigingsmanager. Na ziekmelding op 24 juni 2019 stopte AaN de Maas met loonbetaling, stellende dat de arbeidsovereenkomst was opgezegd. Partijen kwamen overeen dat de overeenkomst doorliep tot 15 februari 2020 en dat loon moest worden doorbetaald. Door financiële problemen als gevolg van de coronapandemie betaalde AaN de Maas het loon niet volledig en niet tijdig.
Eiseres startte een procedure en vorderde € 9.476,63 aan achterstallig loon, wettelijke verhoging, rente en kosten. AaN de Maas verscheen niet, waarna verstekvonnis werd gewezen. Na betaling van € 5.534,65 startte AaN de Maas verzet, stellende dat het loon inmiddels volledig was betaald en verzocht om matiging van de wettelijke verhoging vanwege betalingsonmacht.
De kantonrechter concludeerde dat het volledige loon inmiddels was betaald, waarbij een verschil van € 69,82 door eiseres onvoldoende was onderbouwd. De wettelijke verhoging werd gematigd tot 10% vanwege de financiële situatie van AaN de Maas. Wettelijke rente werd toegewezen vanaf 1 maart 2020 tot de datum van betaling. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen wegens gebrek aan staving. Proceskosten werden aan AaN de Maas opgelegd. Het verstekvonnis werd vernietigd en een nieuwe uitspraak gedaan, uitvoerbaar bij voorraad.