ECLI:NL:RBROT:2022:11429
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing Wob-verzoek over vacature audiovisueel medewerker
Eiser verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) informatie over een vacature voor audiovisueel medewerker bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen omdat er geen documenten zouden zijn die betrekking hebben op de genoemde functie. In bezwaar verklaarde verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang. Eiser stelde zich op het standpunt dat hij niet tijdig was geïnformeerd over de hoorzitting en dat het verweerschrift te laat was ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard omdat het bestreden besluit feitelijk inhoudelijk op het Wob-verzoek ingaat. De rechtbank stelt vast dat verweerder tijdig heeft uitgenodigd voor de hoorzitting en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er documenten over de functie van audiovisueel medewerker onder verweerder berusten. De rechtbank wijst de stelling van eiser dat hij benadeeld is door te late indiening van stukken af.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar alsnog ongegrond. Omdat het besluit niet onrechtmatig is, wijst de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af. Verweerder wordt veroordeeld het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden. Er is geen aanleiding om eiser in de proceskosten te veroordelen ondanks meerdere procedures tegen verweerder.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar alsnog ongegrond verklaard.