ECLI:NL:RVS:2019:3713
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen gedeeltelijke weigering Wob-verzoek inzake toekomstig beheer Waddenzee
Appellant verzocht om openbaarmaking van documenten over het toekomstig beheer van de Waddenzee op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). De minister gaf gedeeltelijk gehoor aan het verzoek, waarbij persoonsgegevens werden geanonimiseerd vanwege privacy. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar liet na te beslissen op het beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar.
In hoger beroep betoogde appellant dat er meer relevante documenten zijn en dat milieu-informatie een zwaarder afwegingskader vereist. De Afdeling oordeelde dat de minister voldoende heeft onderzocht en openbaar gemaakt wat beschikbaar was, en dat persoonsgegevens terecht zijn weggelakt. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellant informatieve vragen stelde en geen verzoek om documenten over persoonlijke beleidsopvattingen.
Verder stelde appellant dat de minister niet tijdig had beslist op bezwaar, maar had nagelaten hem in gebreke te stellen. De Afdeling verklaart het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk. De overige gronden van appellant worden verworpen en het vonnis van de rechtbank wordt bevestigd. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wegens niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard; overige gronden worden verworpen en het vonnis bevestigd.