ECLI:NL:RBROT:2022:11445
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand wegens hogere inkomsten dan bijstandsnorm
Eiseres voerde beroep aan tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen om haar geen bijstand toe te kennen over de periode 1 juli tot en met 31 augustus 2021 en een korting toe te passen over 1 tot en met 21 september 2021. Het college had het primaire besluit genomen op 29 november 2021 en het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard met een bijstandsverlening over september 2021 onder verrekening van inkomsten.
De rechtbank overwoog dat eiseres in juli en augustus 2021 inkomsten had ontvangen uit haar onderneming die hoger waren dan de bijstandsnorm, ondanks haar stelling dat de ontvangen bedragen voortkwamen uit de verkoop van voorraad en aflossing van schulden. De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep die dergelijke bedragen als inkomsten in de zin van de Participatiewet kwalificeert.
Voor de periode van 1 tot en met 21 september 2021 was bijstand toegekend, maar met een korting wegens bijschrijvingen op de rekening. De rechtbank vond dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet over deze bedragen kon beschikken, waardoor de korting terecht was toegepast.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees terugbetaling van griffierecht en vergoeding van proceskosten af en wees op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit van het college wordt bevestigd.