ECLI:NL:RBROT:2022:11528

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
18 augustus 2022
Publicatiedatum
4 januari 2023
Zaaknummer
10-237101-21 (ontneming)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in vordering tot ontneming na vrijspraak hennepteelt

Op 18 augustus 2022 heeft de rechtbank Rotterdam uitspraak gedaan in een zaak waarin het Openbaar Ministerie (OM) een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel had ingesteld tegen verdachte. De verdachte was eerder vrijgesproken van het medeplegen van het telen of aanwezig hebben van hennepplanten in de periode van 22 oktober 2020 tot en met 1 december 2020.

Tijdens de terechtzitting op 7 juli 2022 wijzigde het OM haar vordering en stelde zij een bedrag van €55.472,- vast als het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, met een ontnemingsvordering van €30.000,-. De rechtbank oordeelde echter dat vanwege de vrijspraak in de onderliggende strafzaak het OM niet ontvankelijk was in de vordering tot ontneming.

De rechtbank benadrukte dat het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat. Daarom werd het OM niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer voor strafzaken en uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens vrijspraak van verdachte.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1
Parketnummer: 10-237101-21 (ontneming)
Datum uitspraak: 18 augustus 2022
Tegenspraak
VONNIS
van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, op de vordering als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) van de officier van justitie in de zaak tegen de verdachte:
[verdachte01] ,
geboren te [geboorteplaats01] (Colombia) op [geboortedatum01] 1963,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres01] , [postcode01] [plaats01] ,
raadsman mr. W.B.M. Bos, advocaat te Oud-Beijerland.

1..Onderzoek op de terechtzitting

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 7 juli 2022.

2..Voorafgaand vonnis

Bij vonnis van deze rechtbank van 18 augustus 2022 is de verdachte vrijgesproken van het haar ten laste gelegde feit, te weten het in de periode van 22 oktober 2020 tot en met
1 december 2020 medeplegen van - samengevat - het telen of aanwezig hebben van hennepplanten, dan wel de medeplichtigheid daaraan.
Een kopie van genoemd vonnis is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3..Vordering

De vordering van de officier van justitie mr. S.S.S. Heinerman - zoals deze na wijziging ter terechtzitting is komen te luiden - strekt tot:
  • het vaststellen van het bedrag waarop het door de verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat op € 55.472,-;
  • het opleggen aan de verdachte van de verplichting tot betaling aan de staat van een geldbedrag ter ontneming van dat geschatte voordeel tot een bedrag van € 30.000,- met de bepaling dat de verdachte daarvoor hoofdelijk aansprakelijk is.

4..Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat de verdachte is vrijgesproken van - samengevat - het medeplegen van het telen of aanwezig hebben van hennepplanten, en van de medeplichtigheid daaraan.
De rechtbank is van oordeel dat het Openbaar Ministerie, gelet op de vrijspraak in de onderliggende strafzaak, in de vordering tot ontneming niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De vervolging van verdachte heeft niet tot een veroordeling geleid en het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit staat aan de ontvankelijkheid van de ontnemingsvordering in de weg. [1]

5..Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

6..Beslissing

De rechtbank:
verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. F.A. Hut, voorzitter,
mr. K.A. Baggerman en mr. E. IJspeerd, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Sengezken, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 18 augustus 2022.
De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage I

Voetnoten

1.Hoge Raad 17 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG4258.