In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder de ontruiming van een woning wegens een aanzienlijke huurachterstand en schade aan de woning. De huurovereenkomst betrof een periode van twee jaar en acht maanden met een maandelijkse kale huur van €1.200 en servicekosten van €200. De huurder is sinds augustus 2022 gestopt met betalen, waardoor een achterstand van €5.600 is ontstaan.
De huurder is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd. De kantonrechter verleent verstek en stelt vast dat de verhuurder een spoedeisend belang heeft vanwege de financiële problemen door de huurachterstand. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een termijn van drie dagen na betekening van het vonnis.
De gevorderde dwangsom en buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens gebrek aan belang en onvoldoende onderbouwing. Daarnaast wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de maandelijkse huur vanaf december 2022 tot ontruiming, de herstelkosten van de kapotte ruit en de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.