In deze civiele zaak gaat het om de vraag of een financieringsvoorbehoud was afgesproken bij een ICT-opdracht die eiser in opdracht van Detec Engineering B.V. uitvoerde. Eiser vordert betaling van onbetaalde facturen en houdt de bestuurder van Detec aansprakelijk. De rechtbank beoordeelt het bewijs, waaronder een gunningsbrief, e-mailcorrespondentie en getuigenverklaringen.
De rechtbank stelt vast dat de gunningsbrief niet onvoorwaardelijk was en slechts voor de bank was opgesteld, wat blijkt uit een e-mail van eiser zelf. Verder is gebleken dat partijen wisten dat betaling pas mogelijk was na het aantrekken van financiering. De verklaringen van gedaagde en getuigen worden als aannemelijker beoordeeld dan die van eiser, die partijgetuige is en wiens verklaring onvoldoende steun vindt.
De rechtbank concludeert dat eiser het risico heeft genomen te werken zonder zekerheid van betaling. De vorderingen worden afgewezen en de beslagen opgeheven. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, met wettelijke rente. Het vonnis is gewezen door mr. N. Doorduijn en uitgesproken op 26 oktober 2022.