Partijen sloten in oktober 2019 een overeenkomst waarbij eiseres een online platform maandelijks leads aan gedaagde leverde tegen een vast tarief voor twaalf maanden. Ondanks gedeeltelijke betalingen en een betalingsregeling bleef een bedrag van €5.999,50 openstaan. Gedaagde voerde aan dat hij pas hoefde te betalen bij omzet uit de leads en dat in november en december 2020 geen leads waren geleverd.
De kantonrechter oordeelde dat de overeenkomst een inspanningsverplichting betrof en geen resultaatsverbintenis. De geleverde leads in 2020 bedroegen 94, waarvan 34 eenmalig en 60 volgens de overeenkomst, hetgeen door gedaagde niet werd betwist. De stelling dat betaling afhankelijk was van omzet werd onvoldoende onderbouwd en de bewering dat in november en december geen leads werden geleverd werd gemotiveerd betwist door eiseres.
De kantonrechter wees de vordering tot betaling van de openstaande facturen, rente en buitengerechtelijke incassokosten toe. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten en werd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.