ECLI:NL:RBROT:2022:12003

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 december 2022
Publicatiedatum
27 februari 2023
Zaaknummer
10045360
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BWArt. 6:119 BWArt. 6:29 BWBesluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling premieachterstand zorgverzekering en toewijzing buitengerechtelijke kosten

Tussen Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. en de verzekerde is een zorgverzekeringsovereenkomst gesloten waarbij de verzekerde verplicht is de premie vooruit te betalen. De verzekerde heeft een betalingsachterstand opgebouwd over de maanden mei en juni 2022.

Zilveren Kruis vordert betaling van de openstaande premie, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De verzekerde erkent de hoofdsom maar betwist de verschuldigdheid van de incassokosten en dagvaardingskosten, stellende dat zij nooit de mogelijkheid heeft gehad om de rekening te betalen en dat zij uitstel wenst.

De kantonrechter oordeelt dat de premie een brengschuld is en dat het de verzekerde is die verantwoordelijk is voor tijdige betaling. De aanmaning van 9 juni 2022 is ontvangen en de verzekerde is niet binnen de gestelde termijn overgegaan tot betaling. De buitengerechtelijke incassokosten zijn daarom terecht toegewezen. Het verzoek tot kwijtschelding wordt afgewezen. Tevens wordt de verzekerde veroordeeld in de proceskosten en wordt het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van de premieachterstand, rente en buitengerechtelijke incassokosten, en in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10045360 / CV EXPL 22-24695
datum uitspraak: 23 december 2022
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van
Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V.,
vestigingsplaats: Leiden,
eiseres,
gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde01],
woonplaats: [woonplaats01] ,
gedaagde,
die zelf procedeert.
De partijen worden hierna ‘Zilveren Kruis’ en ‘ [gedaagde01] ’ genoemd.

1..De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 2 augustus 2022, met bijlagen;
  • de e-mail van 11 augustus 2022 van [gedaagde01] , met bijlage;
  • de repliek, met bijlagen;
  • de e-mail van 24 oktober 2022 van [gedaagde01] .

2..De feiten

2.1.
Tussen partijen is een zorgverzekeringsovereenkomst tot stand gekomen. Op grond van deze overeenkomst is [gedaagde01] bij vooruitbetaling verzekeringspremie verschuldigd.
2.2.
[gedaagde01] heeft een achterstand in de betaling van de verschuldigde verzekeringspremie laten ontstaan. De gemachtigde van Zilveren Kruis heeft [gedaagde01] schriftelijk aangemaand tot betaling van de verzekeringspremie.

3..Het geschil

3.1.
Zilveren Kruis eist samengevat:
  • [gedaagde01] te veroordelen aan haar te betalen € 283,61 met rente;
  • [gedaagde01] te veroordelen in de proceskosten;
  • het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
Het bedrag dat wordt geëist, bestaat uit de hoofdsom van € 234,56, rente van € 0,28 (berekend tot 8 juni 2022), rente van € 0,37 (van 8 juni tot 2 augustus 2022) en buitengerechtelijke kosten van € 48,40 (incl. btw).
3.2.
Zilveren Kruis baseert de eis op het volgende. [gedaagde01] is op grond van de zorgverzekeringsovereenkomst gehouden de maandelijkse premie te betalen. In deze procedure wordt de onbetaald gebleven premie over de periode mei tot en met juni 2022 als hoofdsom gevorderd. Doordat [gedaagde01] in verzuim is en vruchteloos is aangemaand tot betaling conform het bepaalde in artikel 6:96 BW Pro, is zij ook wettelijke rente en een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten verschuldigd.
3.3.
[gedaagde01] betwist niet dat het openstaande bedrag aan premie moet worden betaald. Zij wil hiervoor graag uitstel van betaling krijgen. De buitengerechtelijke incassokosten en dagvaardingskosten is [gedaagde01] echter niet verschuldigd. Zij voert daartoe aan dat zij in de gelegenheid is gesteld de rekening (in termijnen) te betalen.

4..De beoordeling

4.1.
Als onbetwist staat vast dat [gedaagde01] een bedrag van € 234,56 aan premieachterstand verschuldigd is aan Zilveren Kruis. De kantonrechter wijst de vordering tot betaling van de hoofdsom van € 234,56 dan ook toe.
4.2.
De gevorderde wettelijke rente, die berekend tot de dag van dagvaarding € 0,65 bedraagt, is als onvoldoende gemotiveerd betwist en op de wet gegrond toewijsbaar.
buitengerechtelijke incassokosten
4.3.
Zilveren Kruis maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten. Deze vordering dient beoordeeld te worden aan de hand van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Zilveren Kruis stelt op 9 juni 2022 een aanmaning als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW Pro aan [gedaagde01] te hebben gezonden en heeft daarvan een afschrift in het geding gebracht. [gedaagde01] stelt zich bij schriftelijke reactie van 11 augustus 2022 op het standpunt dat zij nooit de mogelijkheid heeft gehad om de rekening te betalen. Vervolgens heeft zij, na ontvangst van de dagvaarding, op 3 augustus 2022 contact opgenomen met de gemachtigde van Zilveren Kruis. Tijdens dat telefoongesprek zou de gemachtigde van Zilveren Kruis zelf hebben erkend dat zij [gedaagde01] nooit een brief of e-mail heeft gestuurd, hetgeen door de gemachtigde van Zilveren Kruis wordt betwist. [gedaagde01] voert aan dat zij de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten daarom niet verschuldigd is.
4.4.
De kantonrechter stelt voorop dat de zorgpremie ingevolge de zorgverzekeringsovereenkomst een brengschuld is en dat het de verantwoordelijkheid van de verzekerde is om tijdig haar zorgpremie te voldoen. De verzekeraar hoeft geen facturen (of betalingsherinneringen) te versturen om de verzekerde uitdrukkelijk in de gelegenheid te stellen de premie tijdig te betalen. [gedaagde01] betwist bovendien niet dat zij de aanmaningsbrief van 9 juni 2022 heeft ontvangen, waardoor van de ontvangst van deze aanmaning door [gedaagde01] wordt uitgegaan. Daarnaast staat vast dat [gedaagde01] niet binnen de in de aanmaning gestelde termijn tot volledige betaling van de gevorderde hoofdsom is overgegaan. Het bedrag van € 48,40 (incl. btw) aan vergoeding voor buitengerechtelijke kosten is dan ook terecht in rekening gebracht. De kantonrechter wijst de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten toe.
4.5.
Voor zover [gedaagde01] zich erop beroept dat Zilveren Kruis de procedure nodeloos aanhangig heeft gemaakt dan wel haar rauwelijks heeft gedagvaard nu zij geen betalingsherinneringen heeft ontvangen, kan dit haar niet baten nu vast staat dat ten tijde van de dagvaarding sprake was van een betalingsachterstand en het de verantwoordelijkheid van [gedaagde01] was om het openstaande bedrag tijdig te voldoen. [gedaagde01] voert in dit verband verder aan dat zij niet de mogelijkheid heeft gehad om de rekening in termijnen te betalen. Zilveren Kruis is echter niet verplicht om een betalingsregeling met [gedaagde01] te treffen (artikel 6:29 BW Pro). Voor zover Zilveren Kruis daartoe alsnog bereid is, adviseert de kantonrechter [gedaagde01] om zo snel mogelijk contact op te nemen met de gemachtigde van Zilveren Kruis, aangezien het initiatief voor het treffen van een dergelijke betalingsregeling in beginsel bij [gedaagde01] ligt.
proceskosten
4.6.
[gedaagde01] krijgt ongelijk en moet daarom de proceskosten betalen. De kantonrechter stelt deze kosten aan de kant van Zilveren Kruis tot vandaag vast op € 129,74 aan dagvaardingskosten, € 128,00 aan griffierecht en € 150,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 75,00 tarief). Dit is totaal € 407,74. Voor kosten die [gedaagde01] maakt na deze uitspraak moet Zilveren Kruis een bedrag betalen van € 37,50 (1/2 punt x € 75,00 tarief). Hier kan nog een bedrag bijkomen voor de betekening van de uitspraak. In dit vonnis hoeft hierover geen aparte beslissing te worden genomen (ECLI:NL:HR:2022:853).
uitvoerbaarheid bij voorraad
4.7.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

5..De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde01] om aan Zilveren Kruis te betalen € 283,61, bestaande uit de hoofdsom, vervallen rente en buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over een bedrag van € 234,56 vanaf 2 augustus 2022 tot de dag van volledige betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde01] in de proceskosten, aan de kant van Zilveren Kruis tot vandaag vastgesteld op € 407,74;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.I. Mentink en in het openbaar uitgesproken.
50724