Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoekster;
- mevrouw [naam01] , werkzaam bij Sociale Dienst Drechtsteden (hierna: schuldhulpverlening);
- mevrouw [naam02] , dochter van verzoekster.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser, Island Finance (Curaçao) N.V., te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De regeling betrof een betaling van 3,24% van de totale schuldenlast van €33.794,02, waarbij vijf van de zes schuldeisers instemden, maar Island, met een vordering van €30.336,12 (89,80%), weigerde.
De rechtbank oordeelde dat verzoekster ontvankelijk was en dat de Nederlandse rechter bevoegd was, ondanks dat Curaçao geen EU-lidstaat is. De rechtbank stelde vast dat de belangen van verzoekster en de overige schuldeisers zwaarder wegen dan die van Island, mede omdat de regeling door een onafhankelijke partij was getoetst en verzoekster vanwege medische klachten en een Participatiewet-uitkering geen hogere afloscapaciteit verwacht kon worden.
De rechtbank concludeerde dat het dwangakkoord een gunstiger resultaat oplevert dan de schuldsaneringsregeling, die hogere kosten met zich brengt en een latere uitkering voor schuldeisers. Daarom werd Island bevolen in te stemmen met de schuldregeling, werd zij veroordeeld in de proceskosten en werd het subsidiaire verzoek tot schuldsaneringsregeling afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank beveelt Island Finance in te stemmen met de schuldregeling en wijst het verzoek tot schuldsaneringsregeling af.