ECLI:NL:RBROT:2022:12191

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
4 februari 2022
Publicatiedatum
27 juni 2023
Zaaknummer
C/10/632703 / HO RK 22-39
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 362 lid 3 FwArt. 369 lid 6 FwArt. 369 lid 7 FwArt. 370 lid 3 FwArt. 382 Fw
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking tot dagbepaling behandeling homologatie besloten akkoord in WHOA-procedure

Verzoekster, een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, heeft een startverklaring gedeponeerd op grond van artikel 370 lid 3 Faillissementswet Pro en een stemverslag ingediend. Vervolgens heeft zij een verzoekschrift tot homologatie van een aangeboden akkoord ingediend op grond van artikel 383 lid 1 Faillissementswet Pro.

De rechtbank stelt vast dat het verzoek het eerste is na de startverklaring en beoordeelt dat verzoekster heeft gekozen voor een besloten akkoordprocedure conform artikel 369 lid 6 Faillissementswet Pro. De rechtbank verklaart zich bevoegd en stelt vast dat geen derden zijn gehoord.

De rechtbank bepaalt een videozitting via Microsoft Teams op 15 februari 2022 om 14.00 uur voor de behandeling van het homologatieverzoek. Verzoekster wordt verzocht haar standpunt over de vraag of artikel 362 lid 3 Faillissementswet Pro aan homologatie in de weg staat schriftelijk toe te lichten, evenals het UWV. Tevens dient verzoekster de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders schriftelijk te informeren over de zitting en de mogelijkheid tot deelname.

De beschikking is in het openbaar uitgesproken door de drie rechters en griffier op 4 februari 2022.

Uitkomst: De rechtbank stelt de datum vast voor behandeling van het verzoek tot homologatie van het akkoord en regelt de procedurele voorwaarden.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Beschikking ex artikel 383 lid 4 Faillissementswet Pro
rekestnummer: C/10/632703 / HO RK 22-39
uitspraakdatum: 4 februari 2022
beschikking op het ingekomen verzoekschrift van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verzoekster] B.V.
statutair gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
advocaat: mr. M.J. Noteboom, kantoorhoudende te Gorinchem,
hierna te noemen: verzoekster

1.De procedure

1.1.
Verzoekster heeft op 17 december 2021 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 van Pro de Faillissementswet (hierna: Fw) gedeponeerd.
1.2.
Op 19 januari 2022 heeft verzoekster het stemverslag op grond van artikel 382 Fw Pro ter griffie van deze rechtbank gedeponeerd.
1.3.
Op 27 januari 2022 is ingekomen een verzoekschrift met bijlagen tot homologatie van een door verzoekster aangeboden akkoord op grond van artikel 383 lid 1 Fw Pro.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank stelt allereerst vast dat het onderhavige verzoek het eerste verzoek is dat verzoekster aan de rechtbank heeft voorgelegd na het deponeren van de startverklaring. Dat betekent dat de rechtbank thans dient vast te stellen welk soort akkoordprocedure als bedoeld in artikel 369 lid 6 Fw Pro door verzoekster is gekozen bij de voorbereiding van het akkoord. Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of aan haar de rechtsmacht en relatieve bevoegdheid toekomen om van het verzoek kennis te nemen.
2.2.
Blijkens de gedeponeerde startverklaring en het verzoekschrift tot homologatie van een akkoord kiest verzoekster voor een besloten akkoordprocedure en zij heeft daarbij aangevoerd welke redenen daaraan ten grondslag liggen. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien derden in de gelegenheid te stellen hun zienswijze te geven op het verzoek.
2.3.
De rechtbank is gelet op het bepaalde in artikel 369 lid 7 aanhef Pro en onder b Fw jo. artikel 3 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering jo. artikel 1:10 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek bevoegd deze procedure te openen, nu verzoekster in Nederland en meer specifiek in [vestigingsplaats] is gevestigd.
2.4.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het op 27 januari 2022 ingediende verzoekschrift met bijlagen ex artikel 383 lid 1 Faillissementswet Pro (Fw) en zal, gezien artikel 383 lid 4 Fw Pro, de zitting bepalen waarop zij de homologatie behandelt.
2.5.
Het verzoek tot homologatie zal worden behandeld op een videozitting, waarbij gebruik wordt gemaakt van Microsoft Teams.
2.6.
Verzoekster en schuldeisers kunnen zich wenden tot de griffier van de rechtbank Rotterdam (
insolventies1@rechtspraak.nl) teneinde een link te ontvangen, waarmee zij kunnen deelnemen aan deze videozitting.
2.7.
Ter zitting zal verzoekster met name in de gelegenheid worden gesteld haar standpunt toe te lichten ten aanzien van de vraag of artikel 362 lid 3 Fw Pro aan homologatie van het onderhavige akkoord in de weg staat. Verzoekster wordt verzocht dit standpunt (met onderbouwing) uiterlijk op de hierna onder 3. genoemde datum bij de rechtbank in te dienen.
2.8.
Tevens dient verzoekster het UWV te berichten dat zij eveneens in de gelegenheid wordt gesteld bij de rechtbank haar zienswijze (met onderbouwing) over de hiervoor onder 2.7. genoemde vraag in te dienen, onder gelijktijdige toezending van een kopie aan verzoekster.

3.De rechtbank:

- bepaalt dat het verzoekschrift strekkende tot homologatie van het akkoord ex artikel 383 lid 1 Fw Pro wordt behandeld op
15 februari 2022 te 14.00 uurdoor mrs. B.A. Cnossen, K.M. van Hassel en R.P. van Eerde, rechters;
- bepaalt dat verzoekster de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders onverwijld schriftelijk in kennis stelt van deze beschikking (artikel 383 lid 5 Fw Pro), en hen wijst op de mogelijkheid om via een bij de griffier van de rechtbank Rotterdam per e-mail aan
insolventies1@rechtspraak.nlop te vragen link deel te nemen aan de videozitting;
- stelt verzoekster en het UWV in de gelegenheid aan de rechtbank kenbaar te maken hun zienswijze met onderbouwing ten aanzien van de vraag of artikel 362 lid 3 Fw Pro aan homologatie van het onderhavige akkoord in de weg staat. Deze schriftelijke zienswijze dient vóór 14 februari 2022 om 12.00 uur op bovenstaand e-mailadres te zijn ontvangen.
Deze beslissing is gegeven door mr. B.A. Cnossen, voorzitter, mr. K.M. van Hassel en
mr. R.P. van Eerde, rechters, en is in aanwezigheid van mr. A.M. Pieters-Boelhouwer, griffier, in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2022.
De griffier is buiten
staat deze beschikking
mede te ondertekenen