ECLI:NL:RBROT:2022:12211

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
24 januari 2022
Publicatiedatum
6 september 2023
Zaaknummer
C/10/628060 HO RK 21/383, C/10/628070 HO RK 21/384 en C/10/ 628075 HO RK 21/385
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 371 lid 10 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verhoging budget herstructureringsdeskundige in besloten akkoordprocedure

In deze WHOA-zaak bij de rechtbank Rotterdam hebben drie verzoekers gezamenlijk een procedure gevoerd waarbij mr. J.E.P.A. van Hooff als herstructureringsdeskundige was aangewezen. Bij beschikking van 10 november 2021 was het maximale bedrag voor de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en diens ingeschakelde derden vastgesteld op €150.000.

Op 17 januari 2022 heeft de herstructureringsdeskundige een verzoek ingediend om dit bedrag te verhogen op grond van artikel 371, lid 10 van de Faillissementswet. De rechtbank heeft verzoekers in de gelegenheid gesteld hun zienswijze te geven, waarop zij geen bezwaar hebben gemaakt tegen de verhoging.

De rechtbank oordeelt dat de toelichting van de herstructureringsdeskundige, mede gelet op de complexiteit van de procedure, niet onredelijk is en verhoogt het maximale bedrag tot €300.000 exclusief BTW. De kosten komen ten laste van verzoekers, waarbij betaling door één verzoeker boven diens aandeel wordt aangemerkt als mede namens de anderen. Tevens is bepaald dat verzoekers zekerheid moeten stellen voor de voortzetting van de werkzaamheden.

Uitkomst: Het maximale bedrag voor werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige wordt verhoogd tot €300.000 exclusief BTW.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
Verhoging bedrag werkzaamheden herstructureringsdeskundige
rekestnummers: C/10/ 628060/ HO RK 21/383, C/10/ 628070/ HO RK 21/384 en
C/10/ 628075/ HO RK 21/385
uitspraakdatum: 24 januari 2022
beschikking in de besloten akkoordprocedures van

1.[verzoekster 1]

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2.[verzoekster 2]

gevestigd te [vestigingsplaats]
,

3.[verzoekster 3]

gevestigd te [vestigingsplaats] ,
alle hierna: verzoekers,
advocaat: mr. E.J.R. Verwey, mr. G.J.L. Bergervoet en mr. S. Klinkhamer, allen kantoorhoudende te Amsterdam.

1.De procedure

1.1.
Bij beschikking van 10 november 2021 van deze rechtbank zijn de bevoegdheid van deze rechtbank en de keuze voor een besloten akkoordprocedure vastgesteld en is mr. J.E.P.A. van Hooff aangewezen als herstructureringsdeskundige. Bij deze beschikking is het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van derden die door hem worden ingeschakeld ten hoogste mogen kosten, vastgesteld op € 150.000,00.
1.2.
Op 17 januari 2022 is ter griffie van deze rechtbank een verzoek van mr. Van Hooff ontvangen ex artikel 371, lid 10 Fw.
1.3.
Bij brief van 17 januari 2022 van de griffier van deze rechtbank aan mr. Verwey is een kopie van onderhavig verzoek toegezonden en zijn verzoekers in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze geven.
1.4.
Op 19 januari 2022 is ter griffie van deze rechtbank een brief met bijlagen van mr. Verwey ontvangen met daarin de zienswijze van verzoekers inhoudende dat verzoekers geen bezwaar hebben tegen onderhavig verzoek. Mr. Verwey heeft een afschrift van zijn brief aan mr. Van Hooff gezonden.
1.5.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
De rechtbank kan ex artikel 371, lid 10 Fw op verzoek van de herstructureringsdeskundige een eerder door de rechtbank vastgesteld bedrag voor de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en van derden die door hem worden ingeschakeld, verhogen. De door de herstructureringsdeskundige met bescheiden onderbouwde toelichting komt de rechtbank mede gelet op de complexiteit van de procedure, niet onredelijk voor. Nu bovendien verzoekers geen bezwaar hebben tegen de gevraagde verhoging, zal de rechtbank de kosten dienovereenkomstig vaststellen. De rechtbank zal voor betaling van de kosten aansluiten bij de beschikking van 10 november 2021 van deze rechtbank nu verzoekers te kennen hebben gegeven niet alsnog hoofdelijkheid te zijn overeengekomen.

3.De beslissing

De rechtbank:
- stelt het bedrag dat de werkzaamheden van de herstructureringsdeskundige en die van de derden die door hem worden ingeschakeld ten hoogste mogen kosten vast op € 300.000, exclusief BTW;
- bepaalt dat voornoemde kosten ten laste komen van verzoekers - waarbij betaling door een van de verzoekers boven het bedrag dat die partij aangaat, wordt aangemerkt als betaling mede namens de andere verzoekers - en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de herstructureringsdeskundige voor de voortzetting van zijn werkzaamheden zekerheid dienen te stellen.
Deze beschikking is gegeven door mr. F. Damsteegt-Molier, voorzitter, mr. R. Cats en
mr. K.M. van Hassel, rechters en in aanwezigheid van E.J. van Gruijthuijsen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 24 januari 2022.