ECLI:NL:RBROT:2022:12288
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding en vergoeding kosten rechtsbijstand na onterechte vrijheidsbeneming
De verzoeker was van 4 tot 6 december 2021 in verzekering gesteld wegens verdenking van overtreding van een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd bij vonnis van 13 februari 2020. De rechter-commissaris wees de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf af en beval invrijheidstelling. De verzoeker vorderde vervolgens een schadevergoeding op grond van artikel 537 Sv Pro voor de periode van vrijheidsbeneming voorafgaand aan de afwijzing.
De rechtbank oordeelde dat de situatie gelijkgesteld kan worden met gevallen waarin artikel 537 Sv Pro toepassing vindt en kende de vergoeding van €210 toe. Daarnaast werd een vergoeding van €280 toegekend voor de kosten van rechtsbijstand bij het opstellen en indienen van het verzoekschrift, hoewel artikel 530 Sv Pro deze procedure niet expliciet noemt. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Hoge Raad en vond billijkheid gronden voor vergoeding.
De officier van justitie nam geen standpunt in. De rechtbank besloot ondanks het ontbreken van een reactie de verzoeken toe te wijzen. De beschikking werd op 24 oktober 2022 door rechter Damen uitgesproken en bevelschriften voor uitbetaling aan de advocaat van de verzoeker werden afgegeven.
Uitkomst: De rechtbank kent een schadevergoeding van €210 en een vergoeding van €280 voor rechtsbijstand toe aan de verzoeker.