ECLI:NL:RBROT:2022:1463
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Tozo-aanvraag voor periode vóór eerste dag kalendermaand van indiening
Eiser, exploitant van een autorijschool, diende een aanvraag in voor een Tozo-uitkering voor de periode van 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021. Verweerder kende de uitkering toe voor de periode vanaf 1 januari 2021, maar wees de aanvraag af voor het kwartaal daarvoor. De afwijzing was gebaseerd op de regel dat Tozo 3-aanvragen die op of na 1 december 2020 zijn ingediend, geacht worden te zijn ingediend op de eerste dag van de kalendermaand van indiening.
Eiser voerde aan onvoldoende geïnformeerd te zijn over de wijzigingen in de aanvraagprocedure en stelde dat dit strijdig was met het zorgvuldigheidsbeginsel, rechtszekerheidsbeginsel en evenredigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen en dat het niet op de hoogte zijn van de regels voor eigen risico komt.
De rechtbank verwees naar de wettelijke grondslag in artikel 78f van de Participatiewet en de vaste rechtspraak dat bijstand in beginsel niet wordt verstrekt over perioden voorafgaand aan de aanvraagdatum, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Tozo-aanvraag voor de periode vóór 1 januari 2021 is ongegrond verklaard.