Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, waarbij 25 schuldeisers betrokken zijn met een totale schuld van €87.932,26. Vierentwintig schuldeisers stemden in met het akkoord, maar één schuldeiser, [persoon A], met een vordering van €10.924,74 (12,4% van de totale schuld), weigerde mee te werken.
De rechtbank overweegt dat het belang van de weigering van [persoon A] bestaat, maar dat het akkoord zorgvuldig is opgesteld, getoetst door een onafhankelijke partij en het uiterste is wat verzoeker kan bieden. Verzoeker is volledig arbeidsongeschikt en ontvangt een WIA-uitkering die niet zal veranderen, waardoor hij geen hoger inkomen kan genereren.
De rechtbank concludeert dat het dwangakkoord een gunstiger resultaat biedt voor de schuldeisers dan een schuldsaneringsregeling, die kosten met zich meebrengt en uitkeringen vertraagt. Daarom weegt het belang van verzoeker en de overige schuldeisers zwaarder dan dat van [persoon A]. Het verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen, het subsidiaire verzoek tot schuldsaneringsregeling afgewezen en [persoon A] wordt veroordeeld in de proceskosten.