Eiseres kreeg een boete van € 2.500,- opgelegd wegens het onjuist invullen van het voedselketeninformatieformulier, gebaseerd op overtreding van de Wet dieren. Na het bestreden besluit trad een wetswijziging in werking waardoor het feit niet langer een overtreding van de Wet dieren was, maar van het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen. Hierdoor was een boete niet meer passend en had slechts een waarschuwing moeten worden gegeven.
De rechtbank oordeelt dat de gunstigste regelgeving van toepassing is, waardoor de boete vervalt en het primaire besluit wordt herroepen. Tevens is vastgesteld dat de redelijke termijn voor de afhandeling van de zaak met zeven maanden is overschreden. Daarom kent de rechtbank een schadevergoeding van € 1.000,- toe aan eiseres, te betalen door de Staat.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres. Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en kan binnen zes weken worden aangevochten bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.