Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2023 in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres
[naam verweerder]
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
Bevinding(en):
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
criminal charge. Daarom had de toezichthouder op dat moment de cautie moeten geven. Ten onrechte is eiseres in het telefoongesprek van 19 april 2022 noch daarna door de toezichthouder gewezen op het zwijgrecht dat haar toekomt. Verder heeft de heer [persoon A] kenbaar gemaakt dat hij eiseres rechtens vertegenwoordigde. De verhorende ambtenaar dient zich ervan te vergewissen of de ondervraagde persoon wellicht in een later stadium zou kunnen worden aangemerkt als (een vertegenwoordiger van) de rechtspersoon aan wie een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Net als in het mededingingsrecht geldt het zwijgrecht niet alleen voor degene aan wie de sanctie zal worden opgelegd, maar ook voor anderen werkzaam bij de onderneming. De door een bestuursorgaan verkregen informatie kan niet als bewijs dienen voor feiten die aan een sanctie ten grondslag zijn gelegd, indien ten onrechte geen cautie is gegeven.
dezezaak betrekking hebbende stukken, omdat de stukken niet ten grondslag zijn gelegd aan de besluitvorming. De rechtbank kan [verweerder] hierin volgen.
redenenom aan te nemen dat levensmiddelen die zij heeft geproduceerd en gedistribueerd niet voldeden aan de voedselveiligheidsvoorschriften omdat daarop een onjuist etiket was aangebracht waarop het allergeen tarwe ten onrechte niet was vermeld. Dat is dus ongeacht of eiseres al dan niet
van mening wasdat de roombroodjes (als gevolg van het verkeerde etiket) waren aan te merken als onveilig of zelfs schadelijk levensmiddel. [verweerder] verwijt eiseres ook niet dat ze artikel 14 van Pro Vo. 178/2002 heeft overtreden.