Verzoekster exploiteert sinds 1990 een coffeeshop die recentelijk beperkt werd in openingstijden vanwege de vestiging van een school voor voortgezet onderwijs binnen de afstandscriteria van het Rotterdamse coffeeshopbeleid 2013.
De burgemeester had de openingstijden beperkt omdat de coffeeshop binnen 200 meter hemelsbreed en 250 meter loopafstand van de school ligt, wat volgens het beleid sluiting tijdens schooltijden vereist. Verzoekster betoogde dat het beleid onverbindend is of dat bijzondere omstandigheden toepassing van het beleid onredelijk maken, en vroeg om een leeftijdsgrens van 21 jaar in de vergunning.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gevolgen van het beleid in dit geval onevenredig zijn, mede vanwege de geringe overschrijding van de afstandscriteria, het strenge deurbeleid, het standpunt van de school en de recente moties van de gemeenteraad die maatwerk bepleiten.
Daarom wordt het besluit geschorst en mag de coffeeshop weer reguliere openingstijden hanteren, met een leeftijdsgrens van 21 jaar. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.