Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 januari 2022 in de zaken tussen
[Naam vennootschap], te [Plaats], eiseres,
de Autoriteit Consument en Markt (ACM), verweerster,
Procesverloop
Overwegingen
Uit artikel 6 volgt Pro dat de ACM bij kleinzakelijke afnemers drie alternatieve criteria hanteert voor de beoordeling of sprake is van een redelijke opzegvergoeding, welke criteria ertoe leiden dat de redelijke opzegvergoedingen voor kleinzakelijke afnemers aanzienlijk hoger zijn dan die voor consumenten.
De vraag of een wettelijk voorschrift respectievelijk de beboeting op grond van dat wettelijk voorschrift voldoet aan het lex certa-beginsel dient in dit verband mede te worden bezien in het licht van wat de bedoeling van de wetgever met het wettelijk voorschrift is geweest.
In het verlengde hiervan geldt dat de eis van voorzienbaarheid zich er niet tegen verzet dat een marktdeelnemer deskundig advies zal dienen in te winnen om de consequenties te kunnen beoordelen die uit een bepaalde handeling kunnen voortvloeien. Dit geldt in het bijzonder voor professionals die de nodige voorzichtigheid in acht plegen te nemen bij de uitoefening van hun vak. Ook kan men van hen verwachten dat zij bijzondere zorg betrachten bij het beoordelen van de daarmee verbonden risico’s (zie met rechtspraakverwijzingen ECLI:NL:CBB:2021:324, punten 5.2 t/m 5.4 en ECLI:NL:CBB:2021:961, punten 5.3 t/m 5.5).
Tot die kleinverbruikers kunnen ook consumenten behoren, maar consumenten worden als zodanig niet in deze bepalingen van de E-wet en de Gaswet onderscheiden en evenmin in die wetten gedefinieerd. Hoewel beide bepalingen zijn opgenomen in een paragraaf met de titel Consumentenbescherming, volgt daaruit niet onmiskenbaar dat bij de vraag wat een redelijke vergoeding is, onderscheid gemaakt moet worden tussen twee soorten kleinverbruikers, namelijk consumenten en kleinzakelijke afnemers.
Dit geldt ook voor het daarop gebaseerde publicatiebesluit. Gelet hierop komt de rechtbank niet toe aan een bespreking van de verdere beroepsgronden.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het boetebesluit en het publicatiebesluit;
- bepaalt dat de ACM aan eiseres het betaalde griffierecht van € 354 vergoedt;
- veroordeelt de ACM in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.277.