In deze kortgedingprocedure vordert een vrachtwagenchauffeur betaling van achterstallig loon, vakantietoeslag en reiskosten van zijn werkgever Vale Logistics. De werknemer was sinds oktober 2021 ziek, met ziekenhuisopnames in Turkije en Nederland, maar Vale schortte de loonbetaling op wegens vermeende niet-naleving van controlevoorschriften en onbereikbaarheid.
De kantonrechter stelt vast dat de werknemer vanaf 3 november 2021 arbeidsongeschikt was en dat Vale onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat opschorting van loon gerechtvaardigd was. De vordering tot betaling van achterstallig loon over oktober 2021 tot en met januari 2022 wordt toegewezen, inclusief een gematigde wettelijke verhoging van 25%. De vordering tot vakantietoeslag en reiskosten wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.
Daarnaast wordt Vale veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De vordering tot doorgeven van ziekmelding aan het UWV wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en de kantonrechter wijst het meer of anders gevorderde af.