Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- [schuldeiser 1], met twee vorderingen (hierna: [schuldeiser 1]);
- [schuldeiser 2], in behandeling bij LAVG (hierna: [schuldeiser 2]);
- verzoeker;
- mr. C.C.W. Plaat, advocaat;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, gebaseerd op een saneringskrediet en NVVK-norm, waarbij preferente schuldeisers 4,52% en concurrente schuldeisers 2,26% van hun vorderingen ontvangen. Van de 22 schuldeisers stemden 21 in met het akkoord, maar één schuldeiser, [schuldeiser 2], weigerde vanwege een vordering die voortkomt uit het tanken zonder betalen, wat zij als diefstal kwalificeert.
De rechtbank stelt vast dat de vordering van [schuldeiser 2] niet te goeder trouw is ontstaan en dat het belang van deze schuldeiser bij volledige betaling zwaar weegt. Echter, deze vordering betreft slechts 0,3% van de totale schuldenlast en de meerderheid van de schuldeisers heeft ingestemd met het akkoord. Verzoeker is sinds augustus 2020 clean van verslaving en heeft een medische verklaring dat hij niet arbeidsgeschikt is vanwege fybromyalgie.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker het uiterste heeft gedaan om tot een regeling te komen, dat het voorstel goed is gedocumenteerd en dat het akkoord een gunstiger resultaat oplevert voor schuldeisers dan een wettelijke schuldsaneringsregeling. Daarom weegt het belang van verzoeker en de instemmende schuldeisers zwaarder dan dat van [schuldeiser 2]. Het verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen, de weigering van [schuldeiser 2] wordt opgeheven en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de schuldeiser in te stemmen met het dwangakkoord en wijst het subsidiaire verzoek tot schuldsanering af.