ECLI:NL:RBROT:2022:2108
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen brief NVWA over niet-toegestane biocide
Eiseres ontving op 4 juli 2019 een brief van de NVWA waarin werd gesteld dat zij een biocide gebruikte waarvoor geen toelating was verleend, wat een overtreding van artikel 43, derde lid, van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb) zou zijn. Verweerder legde geen boete op, maar verplichtte eiseres te stoppen met het gebruik van het middel.
Eiseres maakte bezwaar tegen deze brief, maar dit bezwaar werd bij besluit van 19 mei 2020 niet-ontvankelijk verklaard. Hiertegen stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Rotterdam. Tijdens de zitting op 19 januari 2022 werd de bevoegdheid van de rechtbank besproken, waarna het onderzoek werd geschorst om eiseres de gelegenheid te geven zich te beraden over het intrekken van het beroep.
Eiseres besloot het beroep niet in te trekken. De rechtbank oordeelde vervolgens ambtshalve dat zij niet bevoegd was om over het beroep te oordelen, omdat op grond van Bijlage 2 van de Algemene wet bestuursrecht het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) bevoegd is voor beroepen tegen besluiten op grond van de Wgb, behalve in boetezaken. Omdat er geen boete was opgelegd, is het CBb bevoegd.
De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd en zond het dossier door aan het CBb. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter E.R. Houweling op 23 maart 2022.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en zendt het dossier door naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven.