ECLI:NL:RBROT:2022:2494
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens onvoldoende maatregelen bij geopend kruipgat met gevaar voor derden
Op 13 februari 2019 voerden werknemers van eiseres werkzaamheden uit in en rondom een woning waarbij een kruipgat geopend moest worden. De bewoonster is in het geopende en onbeheerde kruipgat gestapt en gewond geraakt. De Inspectie SZW legde een bestuurlijke boete van €27.000 op wegens het niet nemen van doeltreffende maatregelen om gevaar voor derden te voorkomen.
Eiseres voerde aan dat zij maatregelen had genomen, zoals het informeren van de bewoonster, het openzetten van een deur om de doorgang te versmallen en het plaatsen van een waarschuwingsbord. De rechtbank oordeelde echter dat deze maatregelen onvoldoende waren omdat het kruipgat onbeheerd was en de fysieke maatregelen niet effectief waren om het gevaar te voorkomen.
De rechtbank stelde dat doeltreffende maatregelen onder meer het sluiten van het kruipgat bij verlaten van de werkplek, toezicht door een werknemer of het plaatsen van obstakels zouden zijn geweest. Ook matigingsgronden voor de boete werden onderzocht, maar eiseres had geen veilige werkwijze ontwikkeld, geen adequate instructies gegeven en onvoldoende toezicht gehouden.
De rechtbank concludeerde dat de boete terecht was opgelegd en dat er geen reden was tot matiging. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €27.000 wegens het niet nemen van doeltreffende maatregelen bij een geopend kruipgat.