ECLI:NL:RVS:2022:407
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J. Gundelach
- G.O. van Veldhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete wegens overtreding veiligheidsvoorschriften bij onderhoud zwoerdmachine
Op 26 november 2018 liep een medewerker van de werkgever letsel op tijdens onderhoud aan een zwoerdmachine, waarbij zijn werkjas in de draaiende machine werd getrokken. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een bestuurlijke boete van €27.000 op wegens overtreding van artikel 7.5, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit, dat voorschrijft dat onderhoud alleen mag plaatsvinden als de machine is uitgeschakeld en spanningsloos is gemaakt, of dat doeltreffende veiligheidsmaatregelen zijn genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond en oordeelde dat er sprake was van een overtreding zonder reden tot matiging van de boete. In hoger beroep betoogde de werkgever dat het opsporen van het rammelende geluid alleen mogelijk was met een draaiende machine en dat zij doeltreffende maatregelen had genomen. Ook voerde zij aan dat het slachtoffer eigen schuld had door het niet naleven van kledingvoorschriften.
De Afdeling oordeelde dat het opsporen van geluid met een draaiende machine begrijpelijk is, maar dat de veiligheidskappen altijd gemonteerd moeten zijn en de machine spanningsloos gemaakt moet worden voor onderhoud. De werkgever had geen veilige werkwijze ontwikkeld, geen adequate instructies gegeven en onvoldoende toezicht gehouden. Het betoog over eigen schuld faalde omdat de werkgever de onveilige werkwijze gedoogde en het slachtoffer zich niet zonder reden in de werkruimte bevond. De boete blijft daarom onverminderd gehandhaafd.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €27.000 wegens overtreding van artikel 7.5, tweede lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit wordt bevestigd.