ECLI:NL:RBROT:2022:2776

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 maart 2022
Publicatiedatum
13 april 2022
Zaaknummer
C/10/635477 / FA RK 22-1981
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte behandeling bij bipolaire stoornis

De rechtbank Rotterdam behandelde op 31 maart 2022 het verzoek van de officier van justitie tot verlening van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene lijdt aan een bipolaire stemmingsstoornis type 1 met een depressieve episode, met ernstig nadeel door levensgevaar, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.

Betrokkene is sinds 2020 in behandeling bij GGZ Delfland en opgenomen sinds september 2021. Ondanks medicatie en behandeling is het toestandsbeeld ernstig en is er sprake van een passieve doodswens. Betrokkene staat ambivalent tegenover behandeling en weigert sommige medicatie vanwege bijwerkingen. Er is een behandelprotocol voor bipolaire stoornissen opgesteld, waarbij ook Elektro Convulsie Therapie (ECT) mogelijk is als medicatie onvoldoende effectief blijkt.

De rechtbank concludeert dat vrijwillige zorg niet mogelijk is en dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden en de gezondheid te stabiliseren. De verplichte zorg omvat onder meer toediening van medicatie, beperking van bewegingsvrijheid, en opname in een accommodatie. De zorgmachtiging wordt verleend voor twaalf maanden vanaf 31 maart 2022, met mogelijkheid tot behandeling met ECT indien nodig.

De beschikking is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg en opname voor twaalf maanden met mogelijkheid tot ECT.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/635477 / FA RK 22-1981
Referentienummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 31 maart 2022 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
hierna: betrokkene,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in GGZ Delfland, kliniek Toren NWN te Schiedam,
advocaat mr. R.F. Nelisse te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 23 maart 2022.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de medische verklaring opgesteld door [persoon A] , psychiater, van
15 maart 2022;
  • de niet ingevulde zorgkaart;
  • het niet gedateerde zorgplan;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;
  • het bericht dat er geen relevante politie-, strafvorderlijke - en justitiële gegevens van betrokkene zijn.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op
31 maart 2022. Bij die gelegenheid zijn verschenen:
  • betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
  • [persoon B] , verpleegkundig specialist in opleiding, en [persoon C] , specialist ouderengeneeskunde, beiden verbonden aan GGZ Delfland.
1.3.
De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een bipolaire stemmingsstoornis type 1 met een depressieve episode.
2.2.
Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Uit de medische verklaring en wat tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gekomen, blijkt dat betrokkene sinds 2020 in behandeling is bij GGZ Delfland vanwege een zelfmoordpoging. Hij kwam slecht doorvoed binnen, waarschijnlijk als gevolg van verwaarlozing bij depressie.
Sinds september 2021 is betrokkene opgenomen op de afdeling langdurige zorg. Het lukt tot op heden niet om adequate stappen in de behandeling te zetten. Bij betrokkene is sprake van een ernstig depressief toestandsbeeld en een persisterende (passieve) doodswens. Hij heeft een of meerdere psychotische episoden doorgemaakt waarbij hij een ervaring met God heeft gehad en zegt zelf te hebben gezien dat God mensen genas van allerlei aandoeningen maar dat dit bij hem niet lukte. Betrokkene wordt momenteel behandeld met een antidepressivum, waarvan het gewenste effect uitblijft. In het verleden heeft hij goed gereageerd op onder meer lithium, maar betrokkene heeft hier veel bijwerkingen van ervaren en wil deze medicatie niet opnieuw gebruiken. Betrokkene heeft veel last van lichamelijke klachten, waarvoor hij ook onder behandeling is geweest. Betrokkene heeft een operatie hiervoor echter afgeslagen. Hij heeft onder meer het vermoeden dat hij botkanker heeft, maar wilde dit niet laten onderzoeken.
Er is voor betrokkene een CIZ WLZ W3-indicatie afgegeven en het is de bedoeling dat hij naar een begeleid wonen-vorm gaat. De gesprekken hierover moeten nog plaatsvinden met de zorgverantwoordelijke. Betrokkene heeft inmiddels zijn eigen woonruimte opgezegd. De verpleegkundig specialist laat weten dat zij betrokkene willen gaan behandelen volgens het protocol bipolaire stoornissen. Op dit moment is nog niet alle medicatie geprobeerd en er zijn nog voldoende mogelijkheden voor behandeling waarmee het toestandsbeeld van betrokkene kan verbeteren. Betrokkene is hier echter erg ambivalent in, omdat hij er van
overtuigd is dat geen enkel geneesmiddel en geen enkele arts hem kan helpen en dat zelfs God hem niet kan genezen.
Met betrokkene is ook besproken om te starten met Elektro Convulsie Therapie (ECT). Hij stond hier aanvankelijk voor open, maar kwam hier later op terug omdat hij bang is dat er geheugenproblemen optreden.
2.3.
Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, en de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene zorg nodig.
2.4.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en is ervan overtuigd dat zijn sombere stemming uitsluitend voortvloeit uit zijn lichamelijke klachten. Hij staat zeer ambivalent tegenover behandeling. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5.
De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
  • het toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder wordt begrepen het meewerken aan ambulante behandeling;
  • het opnemen in een accommodatie.
De rechtbank wijst erop dat, nu betrokkene zal worden behandeld volgens het protocol bipolaire stoornissen, het mogelijk moet zijn om hem te behandelen met ECT, indien het protocol reeds is gevolgd en medicatie niet of onvoldoende effectief blijkt.
2.6.
Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is de voorgestelde verplichte zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.7.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank ziet geen reden om af te wijken van de verzochte duur van twaalf maanden ten aanzien van de vorm van verplichte zorg ‘opname in een accommodatie’, zoals door de advocaat van betrokkene is verzocht, nu niet duidelijk is op welke termijn betrokkene naar een begeleid wonen-vorm kan verhuizen. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden met ingang van vandaag.

3..Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] voornoemd;
3.2.
bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;
3.3.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 31 maart 2023.
Deze beschikking is op 31 maart 2022 mondeling gegeven door mr. M.C. Woudstra, rechter, in tegenwoordigheid van A Dinzey, griffier, en op 7 april 2022 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.