ECLI:NL:RBROT:2022:2887
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering wegens hoofdverblijfkwestie
Verzoekster heeft een bijstandsuitkering aangevraagd, maar deze werd afgewezen door de gemeente omdat zij het merendeel van de week bij haar ex-partner verblijft in een andere gemeente dan waar zij is ingeschreven. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelt vast dat een spoedeisend belang aanwezig is, omdat verzoekster zonder bijstand niet in haar levensonderhoud kan voorzien. De gemeente heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar het hoofdverblijf van verzoekster, door enkel te kijken naar het aantal dagen verblijf per locatie en niet naar andere relevante factoren zoals persoonlijke bezittingen, postadres en sociale contacten.
Ook is niet onderzocht of verzoekster haar woonplaats in de gemeente van haar ouders heeft prijsgegeven, mede gezien haar persoonlijke omstandigheden en de onhoudbare situatie bij haar ouders. Verzoekster wenst op korte termijn terug te keren naar haar oorspronkelijke woonplaats.
De voorzieningenrechter beveelt daarom dat de gemeente voorschotten verstrekt tot zes weken na de beslissing op bezwaar, en veroordeelt de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de gemeente moet voorschotten verstrekken en proceskosten vergoeden.