ECLI:NL:CRVB:2017:4339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen gezamenlijke huishouding en geen terugwerkende bijstand toegekend
De zaak betreft hoger beroep tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Achtkarspelen over de intrekking en terugvordering van bijstand aan appellant en appellante wegens vermeende gezamenlijke huishouding en niet gemelde werkzaamheden.
Uit onderzoek van de sociale recherche bleek dat appellant werkzaamheden verrichtte in het café van appellante en dat hij alle nachten bij haar doorbracht. De Raad oordeelde echter dat het zwaartepunt van het persoonlijk leven van appellant in zijn eigen woning lag, waar hij overdag verbleef, zijn persoonlijke verzorging verrichtte, kookte en huishoudelijke taken uitvoerde. Het enkel overnachten bij appellante was onvoldoende om van een gezamenlijke huishouding te spreken.
De rechtbank had dit niet goed beoordeeld, waardoor de Raad de aangevallen uitspraak vernietigde en het college opdroeg een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het beroep tegen de afwijzing van een nieuwe bijstandsaanvraag gegrond verklaard en werd appellant bijstand toegekend vanaf de datum van aanvraag zonder terugwerkende kracht.
De Raad veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten aan appellanten en bepaalde dat tegen de nieuwe besluiten alleen beroep bij de Raad kan worden ingesteld. De uitspraak benadrukt het belang van het zwaartepunt van het persoonlijk leven voor de beoordeling van een gezamenlijke huishouding in het kader van bijstandsverlening.
Uitkomst: Geen gezamenlijke huishouding vastgesteld; bijstand toegekend vanaf aanvraagdatum zonder terugwerkende kracht.