ECLI:NL:RBROT:2022:2888
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening voor tweede toilet op grond van Wmo
Verzoeker heeft een aandoening van het maagdarmstelsel waardoor frequent toiletgebruik noodzakelijk is. Hij woont in een huurappartement met één toilet en heeft een aanvraag ingediend voor een tweede toilet op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Verweerder heeft dit afgewezen vanwege bouwtechnische onmogelijkheid en bood een verhuiskostenvoucher aan.
Tijdens de bezwaarprocedure en eerdere voorlopige voorziening is uitgebreid gesproken over mogelijke oplossingen, waaronder het aanvragen van een urgentieverklaring. Verzoekers gezin wil echter niet verhuizen vanwege toekomstige sloop en mogelijke sloopvergoeding. Verzoeker wil zelfstandig wonen, maar een nieuwe urgentieverklaring is nog in behandeling.
Verweerder heeft contact gezocht met relevante instanties en er is tijdelijke woonruimte beschikbaar. De medische situatie van verzoeker is ongewijzigd en er is geen acute noodsituatie aangetoond. De voorzieningenrechter concludeert dat het bestreden besluit niet evident onrechtmatig is en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening voor een tweede toilet wordt afgewezen wegens het ontbreken van een acute noodsituatie en evident onrechtmatig besluit.