ECLI:NL:RBROT:2022:3029

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
31 maart 2022
Publicatiedatum
21 april 2022
Zaaknummer
C/10/633909 / JE RK 22-423
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JeugdwetArt. 12 Wet beëdigde tolken en vertalers
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige in gesloten accommodatie

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond om een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor een minderjarige die momenteel verblijft op een gesloten groep van Schakenbosch. De minderjarige vertoont sinds opname verbeterd gedrag, maar er bestaat zorg over de zelfstandigheid en de thuissituatie, met name vanwege de draagkracht van de moeder en de situatie van een jongere broer.

Tijdens de zitting, die met gesloten deuren plaatsvond, werden de minderjarige, de moeder en vertegenwoordigers van de GI gehoord. De vader was niet verschenen. Vanwege taalbarrière werd een beëdigde tolk ingezet. De kinderrechter overweegt dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de minderjarige belemmeren, en dat opname noodzakelijk is om te voorkomen dat de minderjarige zich aan hulp onttrekt.

De kinderrechter concludeert dat de machtiging voor gesloten jeugdhulp voor de periode van drie maanden moet worden verleend, met als doel geleidelijke opbouw van vrijheden en het onderzoeken van mogelijkheden voor thuisplaatsing of alternatieven zoals kamertraining of begeleid wonen. De beschikking is mondeling gegeven op 31 maart 2022 en schriftelijk vastgesteld op 14 april 2022.

Uitkomst: Machtiging gesloten jeugdhulp verleend voor drie maanden met het oog op geleidelijke terugkeer naar huis of alternatieve woonvormen.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/633909 / JE RK 22-423
datum uitspraak: 31 maart 2022

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2005 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoek met bijlagen van de GI van 18 februari 2022, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum,
- de verklaring d.d. 18 februari 2022 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder,
- de instemmende verklaring d.d. 21 maart 2022 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.
Op 31 maart 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- [voornaam minderjarige] , bijgestaan door mr. E.P.N. Pieterse, die tevens voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,
- de moeder,
- twee vertegenwoordig(st)ers van de GI, dhr. [naam vertegenwoordiger] en mw. [naam vertegenwoordigster] .
Opgeroepen en niet verschenen is de vader.
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de taal Swahili, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met telefonische bijstand van mw. [naam tolk] , tolk in de taal Swahili. De kinderrechter heeft de tolk ter zitting beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
[voornaam minderjarige] verblijft op een gesloten groep van Schakenbosch.
Bij beschikking van 29 november 2021 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 9 januari 2023. Bij beschikking van 3 december 2021 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 3 december 2021 tot 3 april 2022.

Het verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [voornaam minderjarige] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van drie maanden.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht.
[voornaam minderjarige] functioneert op Schakenbosch goed. Er zijn weinig ontwikkelpunten. Wel bestaat het risico dat er problemen ontstaan op het moment dat [voornaam minderjarige] meer vrijheden krijgt en er een groter beroep wordt gedaan op zijn zelfstandigheid. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] ondersteund wordt hierbij. Op dit moment wordt zijn verlof bij de moeder opgebouwd. De komende tijd zullen ook zijn vrijheden verder worden uitgebouwd. [voornaam minderjarige] is aangemeld bij de Waag voor gedragstherapie. Vanuit school zal waarschijnlijk een persoonlijkheidsonderzoek plaatsvinden. Het doel is om toe te werken naar een thuisplaatsing bij de moeder. Er moet echter ook worden gekeken naar de mogelijkheid van kamertraining of begeleid wonen indien een thuisplaatsing niet haalbaar blijkt te zijn. Er zijn zorgen over de draagkracht en opvoedvaardigheden van de moeder. Deze vaardigheden zullen onderzocht moeten worden. In oktober 2021 is Enver gestart om de moeder ondersteuning te bieden. Er moet nog zicht komen op welke hulp de moeder nodig heeft. Een machtiging gesloten jeugdhulp voor de komende drie maanden is nodig om, indien mogelijk, toe te werken naar een thuisplaatsing bij moeder en dan wel naar een plaatsing op een andere plek.

De standpunten

Door en namens [voornaam minderjarige] is het volgende aangevoerd.
Het gaat goed met [voornaam minderjarige] op Schakenbosch. De verlofmomenten verlopen zonder problemen. Met het stapsgewijs opbouwen van de vrijheden is ook al begonnen. Hierbij zijn tot nu toe geen incidenten voorgevallen. Voorzetting van deze opbouw is in het belang van [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] staat daarnaast open voor behandeling vanuit de Waag.
[voornaam minderjarige] zou graag direct naar huis willen. Echter zijn er over de thuissituatie bij de moeder zorgen met betrekking tot zijn jongere broer [naam] . Gelet op deze zorgen is het noodzakelijk dat een alternatief wordt gezocht in de vorm van een kamertrainingstraject of een begeleid wonen traject, mocht een thuisplaatsing niet haalbaar zijn. De positieve ontwikkeling moet voortgezet kunnen worden.
De moeder is het niet eens met het verzoek van de GI. De moeder ziet dat het goed gaat met [voornaam minderjarige] op Schakenbosch. Zij erkent dat er zorgen zijn in de thuissituatie met betrekking tot zijn jongere broer [naam] . [voornaam minderjarige] verdient echter de kans om weer thuis te wonen.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hier mede gezien de verklaring van de gedragswetenschapper sprake van is.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er grote zorgen over [voornaam minderjarige] bestonden voorafgaand aan de gesloten plaatsing bij Schakenbosch.
[voornaam minderjarige] vertoonde ernstig zelfbepalend gedrag, liep weg, kwam regelmatig met politie in aanraking en gebruikte drugs. Daarnaast was sprake van veel schoolverzuim en ontbrak het aan een dagbesteding.
[voornaam minderjarige] verblijft sinds 1 december 2021 op Schakenbosch en doet het daar tot nu toe goed. Hij laat nauwelijks gedragsproblemen zien. Er worden echter problemen verwacht als hij meer vrijheden krijgt en zelfstandiger mag functioneren.
[voornaam minderjarige] heeft hulpverlening afgehouden. Hij is gesloten en laat sociaal wenselijk gedrag zien. Er zijn daarom zorgen over zijn beïnvloedbaarheid en kwetsbaarheid. Een persoonlijkheidsonderzoek is nog niet afgenomen. Waarschijnlijk zal een dergelijk onderzoek op korte termijn alsnog via school gerealiseerd worden. Hierdoor komt er zicht op wat [voornaam minderjarige] nodig heeft en welke hulpverlening passend is.
Er bestaat twijfel over of [voornaam minderjarige] echt gemotiveerd is om zijn problemen op te lossen of enkel aan de plaatsing in gesloten jeugdhulp heeft meegewerkt om zo snel mogelijk naar huis te kunnen. Volgens de gedragswetenschapper heeft [voornaam minderjarige] veel duidelijkheid en structuur van buitenaf nodig om binnen de kaders van wat toelaatbaar is te functioneren.
Indien [voornaam minderjarige] nu thuis geplaatst wordt, bestaat het risico dat [voornaam minderjarige] in oud gedrag vervalt. De vraag is ook of de moeder [voornaam minderjarige] in de thuissituatie kan bieden wat hij nodig heeft. Enver heeft daar nog onvoldoende zicht op.
De kinderrechter is daarom met de GI van oordeel dat geleidelijk aan toegewerkt moet worden naar een thuisplaatsing, om zo te bezien of een thuisplaatsing daadwerkelijk haalbaar is. Indien een thuisplaatsing niet mogelijk is, zal een alternatief zoals een kamertrainingstraject of een begeleid wonen traject moeten worden overwogen.
De kinderrechter zal daarom de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen voor de verzochte periode van drie maanden.

De beslissing

De kinderrechter:
verleent een (nieuwe) machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 3 april 2022 tot 3 juli 2022 betreffende de minderjarige [voornaam minderjarige] .
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 maart 2022 door mr. G.M. Paling, kinderrechter, in tegenwoordigheid van A.J.E. van der Veer als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 14 april 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.