Eiseres, ontvanger van bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet, verzocht op 8 oktober 2020 om ontheffing van haar arbeidsinschakelingsverplichtingen. Verweerder wees dit verzoek bij besluit van 21 december 2020 af vanwege het ontbreken van voldoende bewijsstukken die dringende redenen aantonen. Na een bezwaarprocedure verklaarde verweerder het bezwaar ongegrond bij besluit van 12 juli 2021.
Eiseres stelde dat verweerder ten onrechte geen medisch specialist had ingeschakeld en dat ontheffing ook op sociale gronden had kunnen worden verleend. De rechtbank overwoog dat de bewijslast voor dringende redenen bij eiseres ligt en dat zij onvoldoende bewijs had geleverd om beperkingen aan te tonen die ontheffing rechtvaardigen. Verweerder was daarom niet verplicht een medisch onderzoek te verrichten.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij aan de arbeidsverplichtingen niet kan voldoen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S. Veling op 20 januari 2022.